Niet bepaald een trail

Het werd zo’n stukje tekst dat nu nog op het bureaublad prijkt, maar dat binnenkort in de prullenbak zal verdwijnen. Komt het doordat ik te serieus ben? Moet het allemaal weer te genuanceerd? Of komt het domweg doordat ik te veel onderwerpen in een stukje wil persen? Het schrijft niet lekker, en ondanks meerdere keren opnieuw beginnen, blijf ik ontevreden.

Een van de dingen waarover ik schrijf, is hoe goed het is dat het hardloopseizoen voor mij ten einde loopt. Niet alleen fysiek ben ik toe aan rust – de klachten nemen in aantal toe, en de hardnekkigste ervan lijkt bovendien in ernst toe te nemen – maar ook merk ik dat ik de gretigheid om nieuwe plannen te maken een beetje kwijt ben. Kennelijk ben ik eraan toe de aandacht eens even op wat andere dingen te richten – al blijf ik uiteraard ondertussen gewoon hardlopen. Ik mag de Beartrail nog lopen, eind oktober, en dan zit het er voorlopig even op voor mij, qua langloperij.

Wat ik ook schrijf, is dat het vagelijk blijft knagen dat ik de ongekende vorm die ik met al mijn gretigheid dit jaar heb weten te bereiken, niet heb weten om te zetten in klinkende cijfers, of in een finish op het koningsnummer van dit jaar. Best leuk hoor, om op de atletiekbaan met een sneller clubje mee te kunnen lopen. Nog leuker misschien om complimenten van de trainer te krijgen, maar wat koop ik ervoor? Harde cijfers willen we, en dat is niet gelukt. Maar desondanks, nee, ik ben blij dat ik een poosje kan stoppen, het is goed zo.

Dan laat Jos weten dat hij niet mee kan naar de Beartrail. Zelf heb ik geen auto tot mijn beschikking, omdat de mijne twee weken geleden total loss gereden is. Ik weet vrijwel meteen dat ik dan ook niet zal gaan. Dat is in bijna alle opzichten slimmer – al zal ik jullie het beschrijven van die opzichten besparen. Maar help! Paniek in de tent. Het is één ding om te bedenken dat het lekker is om te stoppen terwijl je nog een serieuze loop te gaan hebt, maar het is iets heel anders als er opeens helemaal geen plannetje meer is om naartoe te leven. Ik schiet meteen in een dip. Winterrust alla, maar hoe zorg ik ervoor dat dat niet ontaardt in een winterdepressie?

Ik móet iets alternatiefs verzinnen voor dit weekend, en dan het liefst voor de zondag. De Duinentrail ligt, achteraf gezien, het meest voor de hand, maar gek genoeg komt die niet in me op. Wel overweeg ik heel even om te proberen een startbewijs voor Etten-Leur te bemachtigen – kan ik eindelijk eens proberen mijn marathontijd te verbeteren. Maar dan ben ik alsnog een hele dag weg, en daar heb ik weinig zin in. Nee, laat ik het gewoon dichtbij huis houden, en lekker kort: de Heemstedeloop, 10 kilometer. Daar kan ik op de fiets naartoe, en dan kan ik mooi nu wél een nieuwe tijd neerzetten, wat me een paar weken geleden in Bergen niet lukte. Onder de 47 minuten zou moeten kunnen lukken, denk ik. 46 zelfs misschien?

Bianca reageert bezorgd als ze op woensdagavond hoort dat ik overweeg om ook in Heemstede te komen lopen. Moet ze mij ook nog achter zich zien te houden. Ik lach erom. Dat moet voor haar geen probleem zijn, met een pr dat minstens 5 minuten sneller is dan dat van mij. Maar goed, zij gaat geen pr lopen deze keer, ik hopelijk wel. Met Bianca, Yvonne en Mark sta ik in het startvak. Ik ben een stuk zenuwachtiger dan een paar weken geleden in Bergen. Er hangt natuurlijk niks van af, maar ik vind het opeens ouderwets spannend.

Ik ben bang dat ik te langzaam start, maar als ik op mijn horloge kijk, zie ik dat ik op dat moment 4’00” per kilometer loop. Oeps, even terugschakelen. Ik zoek een tempo waarmee ik m’n kansen op een snelle eindtijd niet vergooi, maar dat desalniettemin comfortabel voelt. Comfortabel genoeg om het een paar kilometer vol te kunnen houden althans. Een stukje voor me zie ik Yvonne lopen. Ik haal haar in en zij wijst me op Bianca die we nog in het zicht hebben. Volgens Yvonne betekent dat dat wij goed gaan, maar ik vraag me af of het niet betekent dat ik te snel ga. Nou ja, we zullen het zien. Ik kijk weliswaar zo nu en dan op mijn horloge om te zien hoe snel ik ga, maar verbind er weinig conclusies aan. Alleen als ik zie dat ik rond de 5′ de kilometer loop (waarschijnlijk wordt de gps-ontvangst op dat moment gehinderd door de bomen van Groenendaal), schrik ik en heb ik de neiging om te versnellen. Meestal zit ik echter zo tussen de 4’35” en 4’45” en dat is snel zat. Ik word ingehaald door een man die mij bekend voorkomt, maar van wie ik niet weet wie het is. Hij moedigt me aan, en zegt dat dit een makkie voor me moet zijn. Ik loop toch altijd 100 kilometer? Hij blijkt bij mijn praatje voor de vereniging geweest te zijn laatst.

Het stukje door Groenendaal is mooi – onverhard, maar stevig. De rest van het parcours is oké. Maar eigenlijk heb ik er weinig oog voor, vrees ik. Het tempo dat ik loop, is comfortabel genoeg voor 7 kilometer, maar daarna slaat het discomfort toe. Ik ben inmiddels Bianca gepasseerd. Zij roept me na dat het gaat om dat pr en dat ik door moet zetten. Dat pr komt er wel, weet ik, maar het doorzetten, de druk op de benen blijven houden, begint nu serieus pijn te doen. Mijn longen protesteren, de adem giert door de luchtwegen. Nog 2 kilometer, wat een roteind. Het liefst had ik nog willen versnellen, maar ik ben bang dat ik mijn kruit daarvoor te vroeg verschoten heb. Consolideren, als me dat lukt, mag ik allang blij zijn. Ik steek nog steeds mijn duim op naar toeschouwers en probeer te lachen, maar ben bang dat die lach inmiddels meer weg heeft van een pijnlijke grimas. Nog 1 kilometer, 2,5 rondjes op de atletiekbaan. Dat moet ik kunnen volhouden, toch? Minder dan 5 minuten lopen nog, kom op! Steeds denk ik dat Bianca me weer voorbij zal gaan, maar ik kan wel sneller wíllen, maar sneller gaan dan ik ga, lukt me domweg niet. Ik heb ook te weinig energie om in competitie te gaan met anderen, trek me hooguit heel even aan iemand op, maar heb de handen vol aan mezelf. Een paar honderd meter nog.

Dan is daar de finish. Met 45’10” een vet pr. Ik neem me voor er deze keer mijn mond over te houden dat de route iets te kort was ;). Bianca zit 2 seconden achter me. Als het parcours 100 meter langer was, zou ze me nog ingehaald hebben. Maar ja, dat was het niet.

Met trailen had het niks te maken. Met ultralopen evenmin. Het leek nog het meest op hardlopen. Joh, het moet niet gekker worden. Ik kan hiermee niets afstrepen van een lijstje, maar mijn behoefte aan harde cijfers is voor dit moment even bevredigd. Ga ik nu toch maar die winterrust in.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Niet bepaald een trail

  1. Marjan zegt:

    Wow joh, hartstikke goed hoor. Jaloers!

  2. jacolien1965 zegt:

    Ha, ja, idioot snel hè? Ik sta er zelf ook nog steeds versteld van. Ben ík dat, die zo snel loopt?
    (Nee, natuurlijk, maar dat hoeft de rest niet te weten 😉 )

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s