Dolomiti di Brenta

Ik word ingehaald door een vrouw en een man, de vrouw voorop. Dat ze me inhalen, irriteert me lichtelijk; ik heb al eerder stuivertje met de vrouw gewisseld – kennelijk lukt het me niet haar definitief achter me te laten. Aan de andere kant: ik ben behoorlijk aan het inkakken, m’n tempo ligt op dit moment bedroevend laag en misschien kan ik bij het tweetal aanhaken om de fut er weer een beetje bij me in te brengen. Ik zie de dame op haar horloge kijken terwijl ze lekker doorstiefelt. Wacht even, betekent dat dat ze aan het checken is of ze de limiet wel haalt? Ik heb me razend slecht voorbereid op dit loopje, niet alleen fysiek – daar kan ik nog een soort van niet zoveel aan doen – maar ook praktisch. Gelukkig staat het hoogteprofiel, voorzien van verzorgingsposten en cut-offtijden, op het startnummer afgedrukt, zodat ik nog enigszins een idee heb van hoe of wat, maar ik merk dat ik niet goed weet waar ik precies zit. Ik hoopte dat de plaats, een stukje terug, waar we koud water aangereikt kregen en waar ons startnummer genoteerd werd, ook de plaats was die we uiterlijk om 12:45 uur gepasseerd moesten hebben, maar vrees nu dat ik dat laatste punt nog niet bereikt heb. Het loopt tegen half één, en ik weet niet hoe ver we nog moeten. Gelukkig zitten niet veel verderop twee mannen die onze startnummers scannen, en stopt de vrouw meteen daarna om wat te drinken en te eten. Ik neem maar aan dat dit het punt van de cut off moet zijn. Half één, een kwartier reserve dus. Het houdt niet over, en bij mijn weten heb ik nog niet eerder in een race zo krap gezeten.

Voor de volgende passage hebben we precies een uur. Ik wil geen risico lopen, en ook wil ik de bescheiden marge die ik nog heb niet verspelen, dus ik probeer zo stevig als ik kan door te lopen. Omhoog gaat het. Vlak voor de col zie ik Marc Weening zitten. We wisselen wat woorden, ik uit mijn zorgen over het halen van de cut offs, maar ondertussen loop ik door, want geen tijd te verliezen. “Wel mooi hier, hè,” roept hij me na. Ik roep terug dat het prachtig is. En dat is het.

(De foto’s zijn genomen door Ellen Flipse – niet tijdens, wel in het gebied ván de race, ongeveer.)

Ik had even een dipje te pakken, dus, ergens in augustus. Ik schreef het al eerder. Opeens begon ik met de gedachte te spelen om me in te schrijven voor de Dolomiti di Brenta Trail, waar half traillopend Nederland aan de start zou staan. Nou ja, MudSweatTrails organiseert een reisje ernaartoe, waar Hannah zich bij aan had gesloten, en Ellen zou gaan, en Jos zou gaan. En nou ben ik gelukkig echt helemáál niet jaloers (ha!), maar ik bedacht dat het toch wel erg fijn zou zijn om deze zomer toch ook nog een stukje door de bergen te sjouwen en daar een kleine vakantie aan vast te knopen. Ik kan me wel de hele tijd zorgen gaan lopen maken over (de kosten van) de verbouwing, en daarom bovenop m’n geld blijven zitten, maar geld moet rollen, nietwaar? Dus, calvinistische Jacolien schrijft zich zomaar in. Niet zo’n vreselijk duur loopje, dat helpt.

En dus loop ik hier nu, in de Brentadolomieten. En jemig, wat is het mooi, inderdaad. De ene rotspartij nog indrukwekkender dan de andere. Maar ondertussen moet ik me haasten. Vanaf de col hardlopend naar beneden, naar de Graffer-hut, waar niet alleen een verzorgingspost is ingericht, maar ook de volgende tijdslimiet ligt. Precies een uur nodig gehad, dus nog steeds dat (schamele) kwartier speling. Bij deze post eindelijk waar ik behoefte aan heb: lekker zoete, verse cake. Tot nu toe bij de posten alleen heel verantwoorde spullen (afgezien van de cola dan, godzijdank is dat er wél). Kaas, brood, zuidvruchten, ongebrande noten, doppinda’s. Biologisch, wat ik qua principe erg waardeer, maar om eerlijk te zijn, heb ik gewoon behoefte aan hele snelle suikers, en zout. Cake dus, inderdaad, en liefst ook chips of tucjes of zo. Maar goed, vandaag doe ik een groter beroep op mijn eigen voorraad dan ik meestal doe, en dat is goed. Sleep ik die spullen niet voor niets mee.

41678610_1971433609561528_2943750986742628352_n

Ook voor de volgende etappe, naar de Tuckett-hut, heb ik precies de tijd nodig die ervoor staat wanneer ik geen marge wil verspelen, namelijk twee uur. Ik ben er behoorlijk zeker van dat ik vanaf de vorige hut ben vertrokken vóór die eerdere dame vertrok, maar op een gegeven moment zie ik haar toch weer voor mij lopen. Geen idee hoe ze daar komt, maar op de een of andere manier heeft ze dat klaargespeeld. Ze valt me onder andere op door haar manier van lopen, op haar tenen naar boven. Als ik dat zie, denk ik vrij automatisch: weinig bergervaring, maar volgens mij komt ze uit de buurt en heeft ze beduidend meer ervaring in de bergen dan ik. Ze rommelt wat met een stok, en loopt dan met één stok verder terwijl ze de andere in haar hand houdt. Ah, dat komt me bekend voor. Hoewel haar stok me niet gebroken lijkt; waarschijnlijk iets met het knopje dat de boel moet vergrendelen.

Na de Tuckett-hut maak ik me wat minder druk om de limieten. Als ik er nu nog uitgehaald word, dan zij dat maar zo, maar ik verwacht nu zomaar dat dat wel zal loslopen. Het laatste stuk voor de Pedrotti-hut is ronduit klote. Hannah had ons er al op voorbereid, maar ik heb mezelf weer eens wijsgemaakt dat het wel mee zal vallen. Ja, als ik fris en fruitig zou zijn wél, maar nu ben ik moe en tamelijk leeg. Eerst een stukje blokkenterrein, waar ik gewoon niet goed in ben, als ik het mezelf eerlijk toegeef. En daarna een steile puinhelling. Die zou wel te doen zijn als ik niet zo vreselijk moe was, maar nu is het een beproeving. Gelukkig staan er wel vier vrijwilligers onderweg. Vooral de tweede weet een gevoelige snaar te raken bij me. Om zes uur zal ik bij de post zijn, voorspelt hij (cut off is daar 18:30 uur), daar moet ik twintig minuten de tijd nemen om uit te rusten en mezelf te verzorgen, en dan ga ik weer verder. Ik zit aan de veilige kant om te finishen, verzekert hij me. En hij noemt me een ‘strong lady.’ Precies wat ik nodig heb. Ik voel me verre van sterk, maar dat ik het ga halen, lijkt mij eigenlijk ook wel redelijk waarschijnlijk. Ik sleep me verder de helling op. Loop nog een stukje fout, maar heb dat al snel door en keer terug op het rechte pad.

Ik neem wat minder tijd bij de post dan de vrijwilliger me geadviseerd heeft, en ben er ook wat vroeger dan hij voorspelde. Mooi zo, dat geeft me weer wat extra speling. Vanaf hier gaat het naar beneden, en moet ik er maar het beste van zien te maken. Ik probeer hard te lopen waar mogelijk, maar vind mezelf in de afdaling weer niet bepaald uitblinken. Blijf uiterst voorzichtig en onzeker, erg bang om te struikelen. Ik zie nu weinig andere lopers meer, en een stukje voor de volgende, en laatste, post, begin ik er zelfs nog aan te twijfelen of ik nog wel op de route zit. Het lijkt wel of er iemand markeringen heeft weggehaald, ik zie nergens meer gele lintjes hangen. Gelukkig zie ik dan een eind voor me een andere hardloper; ik ga er dan maar van uit dat ik nog goed zit.

Bij die allerlaatste post heb ik zomaar opeens zin in thee, in plaats van in de eeuwige cola. Dat smaakt me goed. Verder heb ik weinig behoefte aan pauze, en ik loop snel weer verder. Inmiddels heb ik een veilige marge van een uur opgebouwd. Ik ontkom er jammer genoeg niet aan mijn koplamp te pakken. Het pad is op zich wel te belopen zonder extra licht, maar de markering is niet zo grandioos en in het bos heb ik de lamp echt wel nodig om de lintjes te vinden. Dat kost wat tijd, al loop ik hier niet fout. Als ik bijna op een verharde weg ben, ga ik nog even naast het pad zitten plassen. Er is nu toch niemand bij me in de buurt en er komt vast ook niemand meer. Meteen rijdt er een auto over de weg naar beneden, maar ik zit gelukkig buiten het schijnsel van de koplampen. Een poosje later hoor ik opeens voetstappen achter me. Word ik verdorie nog ingehaald ook. Samen met twee mannelijke lopers probeer ik de route door Molveno te vinden. Eerder heb ik op een makkelijk stuk mijn stokken al ingeklapt, en ze later toch maar weer uitgeklapt. Nu heb ik mijn koplamp uitgedaan en weggestopt zodra ik op de doorgaande weg in Molveno aankwam, maar moet ik die weer tevoorschijn halen als we getrakteerd worden op een ommetje door het dorp en langs het meer. Heel leuk bedacht natuurlijk, voor een trail, maar van mij had het best gewoon via de doorgaande weg naar de finish gemogen. En anders graag een klein beetje beter gemarkeerd voor de zielepoten die in het donker moesten finishen!

Maar goed, gezeur natuurlijk. Ik verlies hier weliswaar nog wat tijd, maar kom keurig om kwart voor negen over de finish. Vijf kwartier speling op de limiet maar liefst. En ik word op die finish onthaald door Hannah, Jos en Ellen, die alle drie óók gefinisht zijn. Wat is dat toch fijn, als er vrienden bij de finish op je staan te wachten! Ik trek een thermoshirt aan, drink een finishbiertje, laat jammer genoeg mijn favoriete hardloophemdje ergens op de grond liggen, en we vertrekken naar de pizzeria, waar we nog nét voor sluitingstijd bediend worden.

brentadolomieten4

Foto eveneens van Ellen. Omdat ie zo mooi is.

Advertenties
Geplaatst in bergen, hardlopen | 3 reacties

Van oude molens (2)

De spierpijn liegt er niet om. Sjongejonge, wat merk ik dat ik de gerichte trainingen totaal verwaarloos. Daarbij verdampen die paar schamele hoogtemeters die nu eigenlijk standaard in ál mijn trainingen zitten. Mijn bovenbenen zijn echt niet meer bestand tegen een paar serieuze afdalingen. Gelukkig werk ik de woensdag na de Vieux Moulins in Haarlem, en heeft fysio Jan Willem tijd voor me. Maar die avond ga ik ook naar de baan, nu ik er toch ben. En ik wil nog even verder met het maken van kilometers, wil mezelf een beetje harden nu ik zo lekker op dreef ben, en zoek iets leuks uit voor de zaterdag. Ik kijk naar de gps-routes die MST op de site heeft staan, en kies de Montferlandse toppenroute. Ruim 32 kilometer, plusminus 430 hoogtemeters (volgens de site wat meer, geloof ik, maar dit zegt mijn gps na afloop).

Er is voor zaterdag veel regen voorspeld, goed voor de mentale hardheid. De opdracht aan mijzelf is om de route níet in te korten, hoe verrot ik me ook voel, en om níet te gaan wandelen (tenzij het echt steil wordt, dan mag het altijd). Vroeger hoefde ik dat soort dingen niet tegen mezelf te zeggen, maar tegenwoordig? Hopeloos is het.

Ik vertrek vanaf ’t Peeske, waarvandaan ik al een keer met Edwin de MTB-route liep. Ik heb de route uiteraard in m’n horloge geladen, maar hij is ook erg goed gemarkeerd. Ik vind dat wel lekker, weinig kans om fout te lopen, geen gezoek. Weer zit ik er vanaf het begin lekker in. Niet omdat het lopen zo gemakkelijk gaat, maar omdat ik het heel rustig aan mag doen van mezelf, en omdat de omgeving prachtig is, en de route ook. Een boom schudt zich uit boven me, het zijn voorlopig de laatste druppels die ik over me heen krijg. Ik was zo bang voor nat, lang onderweg en dus koud, dat ik voor de zekerheid een thermoshirt heb aangetrokken. Heel even lijkt dat lekker, als ik heel in het begin tegen de wind in langs een open veld loop, maar al snel puf ik van de warmte en stop ik om het uit te trekken. Totaal onnodig.

Het geraas van een snelweg is moeilijk te negeren. Uitnodiging. Geluid komt op in de stilte. Ik loop tegen de wind in, en kom bij het lusje dat een stukje Duitsland meeneemt. Ik steek de snelweg over, aan de andere kant is het stiller. Uitnodiging of niet, dit is toch net wat fijner. Een lang stuk asfalt, door het bos. Dan loop ik het dorpje Elten in, en hé, een molen. Echt zo’n typisch Hollands exemplaar, zou je denken. Stukje nieuwbouw, ach ja, Duits dorpje, ik ben in het buitenland, de auto’s hebben witte nummerborden, de mensen op straat spreken Duits met elkaar, toch wel leuk. En ik loop het dorpje weer uit. Omhoog, want richting Hoch-Elten, en dat heet natuurlijk niet voor niets zo. Daar kom ik, op een uitzichtspunt, bij een kunstwerk en een schitterende kerk. Dilemma. Ik moet doorlopen op grond van mijn voornemen, maar ik wil ook juist wat minder autistisch zijn in dit soort gevallen. Ik doe wat ik bijna nooit doe: ik stop om mijn telefoon te pakken en maak een paar foto’s. Die zijn niet zo geslaagd (belichtingsprobleempje), maar ik wil iets van het moment vangen.

Het kunstwerk verbeeldt een poort. (Er staat een bordje bij hoor, ik verzin het niet zelf.) Kijk je de ene kant op door de poort, dan zie je het weidse landschap, je kijkt naar buiten, de wereld in. Kijk je de andere kant op, dan zie je die kerk, en wat die dan ook voor je symboliseert. God, jezelf, liefde. De innerlijke weg. Klinkt misschien wat weeïg, maar ik vind het mooi. Ook door die hoge, gladde en strakke zwarte pilaren die de poort vormen. En die enorme kerk natuurlijk, die daar al eeuwen staat. Oud en nieuw, binnen en buiten, ze komen hier samen.

Ik ga verder. Nog wat bospaderigs voor ik weer op dezelfde asfaltweg kom richting snelweg. Ik loop Nederland weer in. Meer asfalt voor ik de bospaden weer op mag, maar het stoort me niet. Nog niet. Mooi asfalt is niet lelijk, hou ik mezelf voor. Maar wat verderop komt er een gedeelte waarin ik de hoeveelheid verhard en bebouwd en dan ook nog zon en dus warm, wat overdadig begin te vinden. De route leidt door Stokkum en door ’s-Heerenberg. In Stokkum een tweede molen. En zeker ’s-Heerenberg is natuurlijk prachtig. Kasteel, kerk, zaterdagmorgen, winkelend publiek, toeristen. En een eenzame hardloper, die zich een beetje misplaatst voelt in deze omgeving, maar zich er wel doorheen slaat. Ik wilde toch mentale hardheid trainen? Nou dan.

Blij dat ik het stadje weer uit mag. Vanaf hier is het weer goed en blijft het goed. Ik laaf me aan de onverharde paden en het bos, met zo nu en dan een open veld. Moet wel iets vaker een weg oversteken dan mij lief is, maar goed, je kunt ook té veeleisend zijn. Ik heb me weer genoeg kunnen opladen om Zeddam dan wel weer leuk te vinden. Alweer een molen, en een hele mooie nog wel. Zeddam is klein, dat helpt. Ik ben er zo weer uit, en loop het bos weer in. De heuveltjes neem ik, zoals ik met mezelf heb afgesproken, in rustig dribbeltempo. Nou ja, eigenlijk doe ik álles in rustig dribbeltempo vandaag. Veel snelheid zit er niet in, maar ik wandel niet.

Het moment komt natuurlijk dat ik begin te verlangen naar het einde. Ik heb het lijntje van de gps-route in mijn schermpje, en mag van mezelf niet spieken hoe ver ik ben. Maar eens per kilometer staat er 10 seconden lang de afstand in het scherm. Ik kijk wat vaker, in de hoop dat ik net een van die seconden tref. En in de hoop dat de afstand die ik dan zie niet tegenvalt. De lucht wordt steeds donkerder, en het begint in de laatste kilometers toch nog te regenen. Niet erg, ik had veel meer nattigheid verwacht, en zeker sinds deze zomer ben ik uitgesproken fan van regen. Al heb ik toch liever dat die valt terwijl ik binnen zit.

Als ik weet dat ik nog zo’n twee kilometer moet, kijk ik achterdochtig naar alle kronkels die het lijntje op m’n scherm maakt. Ja zeg, gaan we nu nog omlopen ook? En dat terwijl ik er bijna ben? Alsof deze hele route niet één grote omweg is. Na uren lopen kom ik weer uit waar ik begon.

 

Geplaatst in hardlopen | 3 reacties

Van oude molens, de loopjes die verblijden

Mijn rol sporttape ligt altijd in de keukenlade, zo voor het grijpen. En omdat ik morgen, bij de Trail des Vieux Moulins, mijn ultraraptors aan wil, heb ik die rol nodig. Sinds de Sallandtrail weet ik weer dat ik in die raptors blaren krijg als ik mijn hielen niet afplak. Maar ja, hier in mijn boshuisje heb ik wel twee lades, maar in geen ervan ligt tape. In De Steeg dan? Ik probeer de inhoud van de keukenla daar te visualiseren, maar zie geen sporttape voor me. Niet dat het had uitgemaakt, ik kom er net vandaan, en zou er niet voor teruggereden zijn. Ik hoop dat ik bij het inpakken voor de verhuizing zo slim ben geweest de tape op een logische plek te stoppen, zoals bijvoorbeeld in een van mijn hardloopkratjes. Helaas, kennelijk hanteerde ik op dat moment een andere logica. Geen idee waar ik het heb, maar geen nood, want ik kom een rol kinesiotape tegen – een nepper van de Action dan. Die kan ook prima dienst doen als blaarpreventie.

Het is weer een beetje zoeken voor me de laatste tijd. Ik vind dat ik hard aan het werk zou moeten zijn in mijn nieuwe huis, maar voel me er soms zo ongelukkig – het is er nogal stoffig en ongezellig, de verbouwing hapert, op een dixie moeten plassen is sowieso al geen pretje, maar nadat die drie weken niet geleegd is terwijl we in een hittegolf zitten, is het er ronduit weerzinwekkend – dat ik uitwegen zoek om me weer wat blijer te voelen. En zoals gewoonlijk gaan die uitwegen richting georganiseerde loopjes. Daar komt nog bij dat ik nodig weer wat afstand in de benen moet krijgen als ik eind oktober enige kans wil maken de ISU uit te lopen, en op eigen kracht lukt het nog steeds niet de duurloopafstand op te voeren. Lang leve de trailkalender, waarop de Trail des Vieux Moulins prijkt, te lopen op 19 augustus, vanuit Lierneux (een stukje onder Luik). En lang leve Jos, die wel mee wil die kant op. Voor de som van € 8 mogen we 42 kilometer sjouwen en worden we onderweg voorzien van het een en ander aan vast en vloeibaar.

Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb een goede dag. Niet dat het lopen gemakkelijk gaat, mijn benen zijn van lood. Ik wandel veel, ook als het helemaal niet zo steil omhoog gaat. Ook mis ik de nodige stabiliteit, en moet ik erg uitkijken dat ik niet onderuit ga. Ik krijg blaren op mijn hielen en moet een paar keer stoppen om ze te verzorgen – de Actiontape plakt niet goed. Ik heb nogal dorst en drink veel. Op de posten van 8 (alleen water) en 21 kilometer (uitgebreide post) vul ik mijn waterzak bij. Die tweede keer krijg ik hem nauwelijks weer dicht. Bij de volgende post, op 34 kilometer, krijg ik hem met geen mogelijkheid meer open, ook niet met hulp van een van de vrijwilligers. Oeps, dat wordt pittig, zonder water de laatste kilometers door. Bijna word ik op pad gestuurd met een 2-literwaterfles, maar dan bedenkt nog net op tijd een andere vrijwilliger (die, net als ik, erg haar best doet om zich in het Engels verstaanbaar te maken) dat ze een halfliterflesje in de auto heeft liggen. Dat krijg ik mee, nadat ze eerst nog bezorgd heeft gevraagd of ik het niet erg vind dat ze er al uit gedronken heeft. Zulke mensen dus. Zo fijn.

Ik heb een goede dag. Het is een loopje naar mijn hart. Heel groen, levend en veel nattigheid, veel schaduw, een fijne atmosfeer, super gemarkeerd, heel afwisselende ondergrond, niet extreem veel hoogtemeters (dat vind ik óók leuk, maar dit misschien toch net iets leuker) en dat we enorme slingers maken en dat de grote ‘ronde’ van 42km dus een beetje kunstmatig is, zie ik pas achteraf – ik merk er niks van tijdens het lopen. Ik kan me goed aan mijn voornemen houden om het rustig aan te doen, mijn enige ambitie is om de trail uit te lopen, en iedereen mag sneller zijn dan ik. Nou ja… Ik heb van tevoren bedacht dat ik er waarschijnlijk een uur of zes over ga doen. Tijdens het lopen realiseer ik me dat dat nog weleens lastig zou kunnen worden (ook niet erg), maar ik finish in 5 uur, 59 minuten en 56 seconden. En dat zonder daar speciaal op aangestuurd te hebben. Stiekem ben ik toch wel blij dat ik niet helemáál de laatste ben die over de finish komt.

Ik heb zo’n dag waarop alleen maar buiten in de natuur lopen me volmaakt gelukkig maakt. Een dag ook waarop ik bedenk dat ik lopen toch maar weer tot hoofdzaak des levens moet bombarderen, iets fijners dan dit bestaat immers niet. Maar ik weet dat zo’n idee niet het eeuwige leven heeft en net zo makkelijk weer wordt vervangen door een ander. Maakt ook niet uit.

Jos zit al bijna 3 kwartier op me te wachten. Ik laat de douche schieten en fris me wat op bij een wastafel. We eten een lekker vette en zoute friet met mayo (geniaal, een friettent bij de finish), en drinken in de auto nog een breaker (eiwit!) en een blikje lauw bier, alcoholvrij natuurlijk.

De molens zijn aan ons voorbijgegaan.

Geplaatst in hardlopen | Een reactie plaatsen

Tussen overmoed en realiteitszin

Al weet ik al in een vrij vroeg stadium dat de kans dat ik uiteindelijk naar de bergen zal afreizen om daar mijn gewenste idiootlange afstand te gaan lopen, behoorlijk klein is, zo lang ik de knoop niet heb doorgehakt, kan ik dan maar beter rekening houden met de mogelijkheid dat ik wél ga. Serieus gaan trainen dus.

Ik pak er maar weer eens een oud schema bij, dat ik een beetje bewerk naar nu. Ik moet er weer een beetje inkomen, de pittige tempo’s, maar na een paar intervaltrainingen lijkt het alweer vrij gewoon. Nog even profiteren van Middenduin en de Brederodeberg, zolang ik nog in Haarlem woon. Alleen de duurlopen. Ik doe wel wat natuurlijk, maar echt lange afstanden krijg ik er niet uitgeperst. De weekomvang houdt dan ook niet over.

Er zijn momenten waarop ik denk: ach, ik ga dat gewoon doen, 170km lopen. Bij de Mont Blanc en bij Verbier ging het toch ook goed? Dit is alleen nog een stukje verder. Maar de volgende gedachte gaat naar de Echappee Belle, waarbij het heel erg níet goed ging. En bovendien had ik die andere keren veel gerichter naar de race toegetraind dan het halfslachtige gedoe waar ik nu mee bezig ben. Dan denk ik: ik moet van tevoren nog een ultra lopen. Liefst iets echt langs, en liefst in België. Er zijn er twee van rond de 100km die in aanmerking komen. Ik pols Jos, maar die heeft al een doel in Zwitserland, en gaat wel naar België, maar voor iets beduidend korters. Hij nodigt me uit om mee te gaan. Eerst zeg ik nee. 32km, dat schiet niet op, daar heb ik niks aan. Maar dan bedenk ik dat 100km in mijn huidige staat misschien een beetje erg ambitieus is. Ik liep dit jaar weliswaar twee keer een 75km, maar beide keren ging dat nou niet bepaald vanzelf. Bovendien is een weekendje met Jos en Monique op pad geen straf, zeker niet als je dan ook nog een trailtje mag lopen.

Dus, de Trail du Jambon op 12 mei, ergens bij, langs en door de Semois. 32,6km en plusminus 1600 hoogtemeters. Serieus loopje wel. Erg leuk (alleen het feit dat mijn stok breekt terwijl ik hem gewoon neerzet en helemaal niets bijzonders doe, is iets minder leuk), en toegegeven, het kón slechter gaan, maar stiekem had ik gehoopt dat het een stuk beter zou gaan. Pff, maar goed dat ik me niet heb ingeschreven voor een van die lange krengen, dat zou een drama geworden zijn.

Maar ik geef me nog niet gewonnen. Op 1 juni krijg ik de sleutel van mijn nieuwe huis. De week erna verhuis ik. Ik begrijp dat er een paar weken weinig van de duurlopen terecht zal komen. Dan moet ik in het laatste weekend van mei nog iets langs doen, wil ik nog enige kans maken in de bergen. Ik denk eraan het Kustpad nog eens te lopen, van Den Haag naar Haarlem. Probeer ik wat gezelschap te zoeken, dan is dat best leuk. Al kan ik me ook inschrijven voor de Eemmeerloop, of de een of andere marathon ergens. Ik schuif de beslissing voor me uit, en als ik op woensdagavond naar de atletiekbaan fiets, bedenk ik dat als ik toch érgens geen zin in heb, het is om weer een dag in het weekend ‘kwijt te zijn’ aan hardlopen. En meteen is het duidelijk dat ik niet naar de Alpen zal gaan eind juli. Helaas, ook dit jaar geen 100-mijler voor mij. En misschien wel nooit. Al weet je dat niet en hoef ik daar nu ook eigenlijk niets over te zeggen. Maar was er niet iets met uitstel en afstel?

In de weken, wat zeg ik: maanden, rond en na de verhuizing is het lopen een ondergeschoven kindje. Nog net niet zo ondergeschoven als schrijven op m’n blog… Gelukkig nodigt zo nu en dan iemand me uit. Zo loop ik half juni van Dieren naar Arnhem met Hannah. Heel leuk natuurlijk, veel te bepraten ook, maar mijn jammerlijke conditie onderstreept dat het maar goed is dat ik niet ga. In juli besluit ik last minute om mee te gaan met een groepje vrienden en familie naar de La Chouffe Trail. Ik schrijf me, net als zij deden, in voor de 28km, die maar 26 blijkt te zijn. Het is bloedheet en de start is om 12 uur ’s middags. Wie bedénkt zoiets! Tot de eerste verzorgingspost, op 8km, ben ik alleen maar bezig met uitstappen. Ik vraag me af hoeveel spijt ik daarvan zal krijgen. Toch een behoorlijk eind voor gereden tenslotte. Gelukkig volgt na de post een heerlijk stuk langs de Ourthe, mét schaduw, en mijn humeur knapt aanzienlijk op. Uiteindelijk dik tevreden, en weer heel fijn, zo’n weekendje in de Ardennen. O ja, en het leuke van zo’n wat commerciëlere=bekendere=drukkere loop (waar ik zelf niet zo snel meer voor zou kiezen), is dat je er allerlei vrienden en bekenden treft.

Dan moet de duurloop weer een keer wijken voor, al is het maar het idéé, me nuttig te maken in het nieuwe huis, en krijgen we vervolgens een hittegolf voor de kiezen. Ik doe nog een poging de geskipte duurloop in te halen, maar dat is op dinsdag, en dan is het ook ’s morgens vroeg al veel te warm. Ik wil niet zeuren en klagen, maar ik functioneer gewoon niet zo goed met die hoge temperaturen. Ik geef het op voor de rest van de week, maar vandaag, op zondag, sta ik dan weer eens vroeg op om éérst mijn fiets terug te brengen naar De Steeg, en dan vanaf daar via het Veluwe Zwerfpad en de Dieren-Arnhem Trail, terug te lopen naar Schaarsbergen. Jaja, het wordt net niet de voorgenomen 25km, maar het is weer een nieuw beginnetje. Zoals er elke keer weer een nieuw begin is, compleet met allerlei goede voornemens. De rest van de dag ben ik gesloopt, dat dan weer wel.

Het trail-festival van Montreux is inmiddels achter de rug. Marjolein Bil werd tweede vrouw, heel knap. Wim Boydens, die zo vriendelijk was mijn startbewijs van me over te nemen, is uitgestapt. Oók met een gebroken stok, overigens. Klote-carbon. Het was warm. Ik dichtte Wim (die nota bene al eens de Tor liep en finishte – held) een beduidend grotere kans toe om deze MXtreme te finishen dan ik mijzelf toedicht. Het is goed zo. Mijn tijd komt nog wel. Of niet, ook goed.

Geplaatst in hardlopen | 3 reacties

Focus en gemakzucht

Ik schreef al weleens eerder dat mijn sportfanatisme door de jaren heen een golfbeweging laat zien, en vaak gevoed wordt door enige onvrede over hoe mijn leven zich op dat moment ontvouwt. Ik ben niet ongelukkig – daarvoor kan ik te hard genieten van grootse kleine dingen – maar kan ook niet zeggen dat ik mijn leven in alle opzichten geslaagd vind. Ik zeg werk, ik zeg relatie.

In periodes waarin ik mij niet zo ‘vervuld’ voel, kan ik me heerlijk vastbijten in het hardlopen. Een plan om naartoe te werken, een trainingsschema, loopkalenders, overzichten met gelopen kilometers en afgelegde hoogtemeters per week, tempo’s op de atletiekbaan, desnoods zelfs krachttrainingen, alles voor het goede doel. Een stip aan de horizon. Focus. Discipline.

Tuurlijk, het lopen zelf is lekker en bepaald geen straf, maar in mijn geval is het misschien nog wel meer de discipline die me goed doet. Lopen draagt waarschijnlijk niet direct bij aan een betere wereld, maar voor mij fungeert het wel degelijk als manier om zin te geven aan het leven, ook als ik denk te weten dat die zin een illusie is.

Maar ja, momenteel spelen er andere zaken in mijn leven. Een huis verkopen, een huis kopen, vertrekken uit Haarlem – het houdt de gemoederen hier in huize Schreuder behoorlijk bezig, kan ik wel zeggen. Het zijn onrustige tijden, schreef ik al. Het zijn spannende tijden, met zo nu en dan een stressverhogende complicatie. Het zijn vooral tijden waarin ik bezig wil zijn met weg, daar, een nieuwe plek, opbouwen, vooruit. Vastbijten in een hardloopschema wil me niet lukken – de focus ligt elders.

Heel begrijpelijk, zult u zeggen. En dat vind ik zelf ook. Een beetje jammer alleen dat ik me nu net dit jaar had voorgenomen een bergloop van 160 kilometer te gaan lopen, en me daar ook voor heb ingeschreven. Wat dat moet gaan worden? Geen idee.

Los van de focus vind ik mezelf ook wat gemakzuchtig. He-le-maal op de fiets naar de duinen om daar wat hoogtemeters te maken? Nou, ik ga wel even direct vanuit huis, dat scheelt tijd. Dan maar vlak en asfalt. Hoge tempo’s? Ik kan me er nauwelijks toe zetten. Bang voor de pijn die dat doet. Lange duurlopen? Pff, wanneer mag ik aan de koffie?

Dus, of ik nou uiteindelijk die wedstrijd ga lopen eind juli of niet, en of ik nou voor lief neem dat mijn focus momenteel even bij andere dingen ligt of niet, een schop onder mijn kont kan ik wel gebruiken.

Geplaatst in hardlopen | 4 reacties

Lopen doet leven

Ja, ik leef nog. Ja, ik loop nog. En ja, ik moet hier nodig weer eens iets van me laten horen.

Eerst even snel een korte update van het sportgebeuren in 2018 tot nu toe.
Half januari het nieuwjaarsloopje met een groepje loopvrienden. Dit jaar van Wezep naar Putten. Een prachtige tocht, pannenkoek halverwege, een dip gedurende de 10km daarna, en gelukkig ook weer een opleving. 61km op de teller.
Eind januari de nachtelijke strandloop. Schitterende maan en sterren, perfecte omstandigheden (voor watjes, moppert organisator Ferry). De 75km uitgelopen, maar laten we het erop houden dat 60km ook best een mooie afstand is.
Half februari het Graafschapspad in twee dagen (met Hannah, Renske en Ernst Jan). Eerste dag in 65km van Doetinchem naar Laren. Met ook weer een pannenkoek. 50km lijkt me trouwens óók een heel mooie afstand om te lopen, en wat is er ook alweer mis met wandelen in plaats van hardlopen? Diner en overnachting in een comfortabele B&B (het concept is absoluut voor herhaling vatbaar, ook graag in dit gezelschap) en na het ontbijt weer op pad. Na de pannenkoek gooi ik deze keer de handdoek in de ring. Ik loop nog mee naar het station in Ruurlo, en kom zo net aan de 30km. De anderen zijn zo lief om te proberen me na afloop wijs te maken dat er weinig aan de resterende 30 te beleven was en dat ik dus niets gemist heb.
Eerste weekend van maart: jaja, it giet oan. Nou ja, zoiets dan. Geschaatst! Op vrijdag in de Wieden, op zaterdag in de Weerribben. Familiedingetje. Koud is het, ‘arctisch’ is een woord dat klinkt. En wat doen al die scheuren en wakken in het ijs? Maar o, wat is het toch een heerlijke sport. Iedereen is blij. Ik ben het overigens wel een beetje ontwend. Op zaterdag ben ik al zo moe van vrijdag, dat ik regelmatig languit over het ijs glijd. En tijdens mijn duurloopje op zondag merk ik dat mijn kuiten helemaal vastzitten. Een bezoekje aan de fysio maar weer.

Tweede weekend van maart: de Sallandtrail. Vorig jaar vrijwilliger, dit jaar weer lopen. Ingeschreven voor de 75, maar regelmatig bedacht ik dat ik best na 50km mag uitstappen dit jaar. Dat is tenslotte ook een héél mooie afstand. Het zijn onrustige tijden. Ik ben moe. Ik loop wel, maar minder. Kracht en intervallen komen er helemaal bekaaid van af. Ik spijbel zelfs een keer bij de baantraining. Beetje zwakjes.

Ik kies vanaf het begin mijn eigen tempo. Moet weliswaar héél even met Ernst Jan uitwisselen hoe fijn het schaatsen was en hoe vaak we moesten klunen, maar dan stuur ik hem vooruit naar de anderen. Ik ga geen poging doen hen bij te houden deze keer. Bij de eerste post ga ik wél gelijk met hen weg. Even bijpraten met Hannah en met Lisenka. Ik houd het een paar kilometers vol om te praten en lopen tegelijk, maar ik heb weinig energie, en laat me weer afzakken. Lopen oké, maar het moet echt in een heel rustig tempo gebeuren vandaag.

Ik heb mijn ultraraptors weer eens aan, en heb er niet aan gedacht mijn hielen af te plakken. Blaren dus. Bij de tweede post ga ik meteen zitten om blarenpleisters en tape te pakken, sleep ik dat ook een keer niet voor niets mee. Na deze post krijgen we het mooiste deel, vind ik. Lemelerberg en Archemerberg. Mijn benen werken niet erg mee vandaag. Ze zijn moe, heel moe. Ook heb ik het warm en krijg ik weinig lucht. Niet mijn weer, dit. Doe mij maar van dat arctische. Lekker gaat het lopen dus niet, maar mentaal zit het best goed. Ik loop gewoon, zoals wel vaker. Ik loop door een prachtige omgeving. Er zijn slechtere dagbestedingen te bedenken. Het minder fraaie verbindingsstuk om weer terug in de bossen van Hellendoorn te komen, neem ik voor lief. De gedachten aan uitstappen na 50km nemen de vorm aan van een besluit. Ik zou bijna wensen dat ik de limiet van 6 uur op het 50km-punt niet zou halen, dan hoef ik helemaal niet meer te twijfelen. Ik kan het lot natuurlijk een beetje helpen door te gaan wandelen, maar dat is mijn eer dan weer te na. Mijn benen doen zeer van vermoeidheid, maar ik kan blijven dribbelen, dus blijf ik dribbelen.

Ik ben op tijd terug bij het Ravijn om in theorie door te mogen. Eerst wat eten en drinken, terwijl Bertus mijn onderrug een beetje masseert, door het natte shirt heen. Ik laat het me graag gebeuren. Dan hoor ik Hannah mijn naam zeggen. Tot mijn verbazing zit zij hier nog. Ze heeft last van haar achillespees, en heeft zich juist laten masseren door Floor. Zij gaat nog even door, maar heeft met Floor afgesproken dat die op het 60km-punt staat, zodat ze daar eventueel in de auto kan stappen. Ik ben niet de enige die van plan is hier te stoppen. Een paar mensen zeggen tegen me dat ik er nog fris uitzie. Bertus vindt sowieso dat we smoesjes verkopen. Ik begin weer te twijfelen. Floor wil mijn benen ook wel even masseren, zegt ze. Nou, ontzettend graag mijn bovenbenen dan. Ze neemt haar taak serieus. Beetje pijnlijk, maar pijnlijk op een manier die ik hebben kan. Het is jammer om de behandeling af te breken, maar áls ik verder wil, en ik wil nog bij daglicht finishen, moet ik nu toch echt gaan.

Ik zet me weer in beweging. Met enige tegenzin. De eerste kilometers geef ik mezelf op m’n kop. Waarom ben ik niet gewoon gestopt? Dit voelt echt niet fijn. Wat zal ik doen? Waar zal ik omkeren? Misschien haal ik het 60km-punt, maar ik heb geen telefoonnummer van Floor, en kan er niet van uitgaan dat zij daar op mij gaat zitten wachten terwijl ze geen idee heeft of ik überhaupt zo ver ben doorgelopen. Het tunneltje door, de weg over. Het is deels uit schaamtegevoel waarom ik niet omkeer en met hangende pootjes terugloop naar het zwembad. Ik zit nog in een schemergebied tussen spijt en tevredenheid, maar als ik eerlijk ben, voelen mijn benen een stuk beter dan vóór de tussenstop. Die massage werpt z’n vruchten af! En inmiddels is het wat afgekoeld, en ook dat doet me deugd. Hmm, die 60km moet op deze manier gaan lukken, en dan zie ik ter plekke wel of iemand me eventueel kan oppikken.

Ik loop in m’n eentje, maar zo nu en dan duikt er een andere loper op. Iemand die op een boomstronk zit en z’n hoop heeft gevestigd op een berichtje van zijn dochter om hem moed in te spreken bijvoorbeeld, maar die mij dan ziet en bedenkt dat hij in dit geval zijn hoop misschien beter kan vestigen op een loper die nog in beweging is en bij wie hij aan kan haken. In elkaars nabijheid stevenen we af op de post bij 60. Ik zie ‘m al een tijdje van tevoren, en tot mijn vreugde zie ik ook een niet al te grote zwarte auto, wat zomaar eens de auto van Hannah en Floor kan zijn. Fijn! Floor is er inderdaad nog, maar Hannah ook. Die heeft jammer genoeg besloten dat hier vandaag voor haar toch echt het eindpunt ligt, om te voorkomen dat ze een serieuze blessure oploopt. Ik zie voor mezelf geen gegronde reden om bij hen in de auto te stappen, en bereid me voor op wat nog komen gaat. Stouw maar weer het een en ander aan vast en vloeibaar naar binnen. Dank aan onder anderen Elsa, die hier de nadruppelende achterhoede verzorgt. Krijg het advies om de resterende 15 op te delen in 3×5. Makkie.

Ik neem afscheid en gáán maar weer. Proberen zo lang mogelijk te blijven dribbelen. Het effect van de massage is tanende. Fysiek is het allemaal tamelijk dramatisch, maar mentaal is het nog steeds oké. Ik ga gewoon door. Blijven dribbelen tot de laatste verzorgingspost, neem ik me voor, en dan mag ik daarna voor mijn part de rest uitwandelen. Het duurt alleen wat langer voor de post er is dan verwacht. Mijn voorbereiding bestaat er niet uit dat ik opzoek en in mijn hoofd prent op welke punten de verzorgingsposten precies liggen. Ik weet het ongevéér, dat wel. Ik probeer mezelf ervan te overtuigen dat alles wat ik vóór de verzorgingspost al loop, ik ná de post niet meer hoef te lopen. 75km is 75km. Ook herinner ik me goed van vorig jaar, toen ik vrijwilliger op deze post was, dat je de lopers al een tijd van tevoren zag lopen, in de verkeerde richting. Dus ik was erop voorbereid, maar toch is het even een dingetje als je naar het zuiden gestuurd wordt, terwijl je hemelsbreed net zo lekker in de buurt begon te komen van de finish, die toch echt ten nóórden ligt van waar je loopt.

Goed. Het mooie is dat het na de post nog maar 5 kilometer is. Makkie. In theorie dan. Ik wandel een stukje, maar word ingehaald door een paar van mijn partners in misery, en dwing mezelf ertoe dan toch ook maar weer te gaan dribbelen. Met hardlopen heeft het vandaag weer eens helemaal niets te maken. Het is laat in de middag, het licht neemt af. Het bos. De vogels. Wéér de vogels. Is het weer de zanglijster die ik hoor? (Christiaan, waar ben je als het land je nodig heeft?)
Geluksmoment.

Over de weg heen, onder het tunneltje door. Daar staat Herwin, die me het laatste stukje nog even gezelschap houdt. Ik heb de puf niet om een poging te doen iets te versnellen. En al helemaal niet om nog iets gezelligs te vertellen. Dat komt later wel weer. Ik finish buiten de limiet – voor alles moet een eerste keer zijn. Het interesseert me geen moer. Ik ben alleen maar ontzettend tevreden dat ik doorgegaan ben.

Geplaatst in hardlopen | 5 reacties

Van de kogel en de kerk

IMG_0008

Het heeft een paar jaar geduurd voor ik de beslissing durfde te nemen, maar nu gaat het dan toch echt gebeuren: weg uit de Randstad, weg uit mijn heerlijke huis. Wat ik voel, is een blije opwinding. Waar kom ik terecht? Nog onbekend. Zal het goed uitpakken? Vast en zeker.

Geplaatst in twijfel | 5 reacties