Verlangen naar zin (3)

Mochten er mensen zijn die zich zorgen over me maken naar aanleiding van mijn laatste blogjes: dat is nergens voor nodig. Ten eerste kan ik wel tegen een stootje, en ten tweede lijkt het ergste leed alweer geleden. Ik schrok er wel een beetje van, dat ik me zo lang achter elkaar zo down kon voelen, ik dacht dat ik dat stadium al lang geleden gepasseerd was en dat dit me niet meer zou overkomen. Ondertussen hield ik er echter heus wel vertrouwen in dat het weer voorbij zou gaan. Inmiddels nemen de dagen waarop ik me ‘normaal’ voel, weer de overhand.

Normaal? Normaal? Aha, betrapt. Ik kan mezelf er nog zo eh, overtuigend van proberen te overtuigen dat goede tijden en slechte tijden er allebei bij horen, en dat dus ook de slechte tijden er mogen zijn, maar stiekem beschouw ik de goede tijden toch als de norm. Ik dénk dat ik het gedeprimeerde gevoel accepteer, maar ik realiseer me dat mijn strategieën om ermee om te gaan (kortweg: bedenken en weten dat het weer voorbijgaat, mijn leed relativeren door me te vergelijken met anderen die veel ergere dingen meemaken, en bedenken dat zo’n depri-periode misschien wel goed voor me is, dat ik er iets van leer en er hopelijk beter, wijzer, gelukkiger uit zal komen) er allemaal blijk van geven dat ik die slechte tijden helemaal niet echt accepteer, maar ervan af wil. Nou ja, behalve misschien die laatste dan: ik wil het wel accepteren, maar dan moet het wél iets opleveren! Oké, natuurlijk is het ook wel heel menselijk om een voorkeur voor de goede, vrolijke tijden te hebben. Als je kunt kiezen, maar dat kun je nou eenmaal niet, dat is nou net het hele eieren eten.

Dan nog dit: moet ik eigenlijk wel over dit soort dingen schrijven en het op het wereldwijde web gooien? Je kwetsbaarheid laten zien, het klinkt mooi, maar geef ik me niet te veel bloot? Is dat niet ongemakkelijk voor de lezer, en zal het zich niet tegen me keren? Ik weet het niet.

Een paar dingen weet ik echter wél. Ik heb, zoals de meeste mensen en misschien wel iedereen, de neiging om de schijn op te houden dat het wel goed met me gaat, ook als ik me een periode wat minder voel. Ik wil niet graag zielig gevonden worden, of zwaar op de hand. Ook voel ik schaamte over ten minste één terrein in mijn leven waarop ik weinig succes heb. Ik doe dingen niet, uit angst voor afwijzing door anderen. Uit angst voor de schaamte. En dáár wil ik nou graag van af. F*ck wat een ander vindt van wat ik doe en hoe ik me gedraag.

Ik weet met al mijn rationele vermogens, dat je alleen gekwetst kunt worden wanneer je een beeld van jezelf hebt dat je aan de buitenwereld wilt laten zien. En dat je paradoxalerwijze juist in je totale naaktheid, wanneer je je op je allerkwetsbaarst toont, volkomen onkwetsbaar bent.

(wordt misschien nog vervolgd)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in advaita/non-dualiteit, identiteit, twijfel. Bookmark de permalink .

2 reacties op Verlangen naar zin (3)

  1. djaktief zegt:

    De ultieme test zou misschien zijn dat niemand iets zei of dat niemand iets vond van wat je deelde 😉
    Maar lopers letten op elkaar en nog meer op hun loopmaatjes. Op trails is elkaar helpen normaal. In dat licht geef ik mijn reactie ook al ‘ken’ ik je alleen virtueel. Ik ben blij dat ‘normaal’ weer de overhand krijgt voor je want dat lijkt me een stuk prettiger.

    Groetjes,

    Dororhé

  2. Elsa zegt:

    Ach, iedereen heeft wel mindere periodes volgens mij. Je instelling is in elk geval positief.
    Ik heb zelf regelmatig het idee dat ik alle bordjes hoog moet houden. Ik moet zoveel…
    Soms klettert er gewoon een bordje naar beneden. Het is niet anders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s