Ik ben naar Frankrijk meegereden met Martin, een van de andere deelnemers aan het masters basiskamp van de NKBV in de Queyras. Op de heenweg legden we de rit (ruim 1200 km vanaf Utrecht, en Martin daarvoor nog uit Alkmaar en ik uit De Steeg) in een dag af, maar dat was nogal pittig, en voor de terugweg kiezen we ervoor om het in twee dagen te doen.
Om half negen ’s avonds strijken we na een dag rijden neer op een camping aan de Moezel, bij Liverdun, iets boven Nancy. Terwijl ik mijn tent opzet, begint Martin groente te snijden voor een echte maaltijd – de held. Als het aan mij had gelegen zou het avondeten hebben bestaan uit een gedeeld zakje cashewnoten en een snickers toe. Na de afwas (dat dan weer wel op mijn initiatief) wil Martin nog een stukje lopen en hij vraagt of ik meega. Heel even twijfel, want het matje lokt, maar wat beweging na zo’n dag in de auto is lekker, dus ik stem toe. Even naar het stadje en weer terug, stel ik me zo voor, hooguit een half uurtje.

Buiten de camping staat een bord, met wat info, een globale plattegrond en een, zo te zien, wandelrondje langs het water. Martin mompelt wat over 1:50.000, en ik zie ergens 3,2 km staan en mompel dát. Hij vindt dat een mooie afstand, ik vind het iets langer dan ik had bedacht, maar tegelijk goed te doen, dus we gaan op pad. Eerst naar links, weg van het stadje. Een brug over die in onderhoud is, maar voetgangers kunnen eroverheen. Aan de overkant een weg op. Regelmatig even de berm in, wanneer een auto ons achteroprijdt. Als de weg naar links is afgebogen, we steeds verder bij het water vandaan lopen en wat stijgen, vraag ik Martin of hij toch even zijn app wil checken. Sowieso is die weg niet ideaal om in het donker over te lopen, maar ik ben ook bang dat we ik weet niet waar belanden. Inderdaad: een stukje terug, bij een huis dat we passeerden, moet een pad naar rechts zijn gegaan. We lopen terug en vinden het pad. Nou ja: paadje, blijkt even later. Heel smal pad een stukje boven het water. Slecht onderhouden, soms schuin aflopend, zodat ik ietwat bangig ben om uit te glijden en in het water te belanden. Ook om te struikelen zijn er mogelijkheden te over. Gelukkig heb ik m’n koplamp meegenomen, maar m’n lenzen had ik al uitgedaan – dat maakt ook wat onzeker, al zie ik in principe genoeg. De twijfel over de juistheid van het pad en de te lopen afstand maakt me inwendig wat klagerig. Ik had immers iets heel anders in gedachten – maar heb ik dat uitgesproken? Nee 🙂 Dus niet zeuren Schreu, gewoon doorgaan. Terwijl we al veel te lang op dit niet-zo-geschikt-voor-het-donkere paadje zitten, zegt Martin dat we nu ongeveer op de helft zijn. Grr! Gelukkig komen we een stukje verder op een breder pad, het eigenlijke pad van de wandelroute waarschijnlijk.
De brug waar we op af lopen om de rivier over te steken, blijkt een spoorbrug. Pfff, dat is niet goed – hoe ver nog? Martin checkt weer zijn app. Ongeveer 2,5 km tot de volgende brug. Of wil ik terug? Nou, geen van beide eigenlijk (wat ik zeg: klagerig). Martin geeft geen krimp en ik ben natuurlijk ook wel zo wijs er de lol van te blijven proberen inzien. Bovendien is het niet mijn partner, dus dan houd je je sowieso al wat meer in 🙂 Het is inmiddels een uur of elf (tien uur vertrokken?) en we zullen niet voor twaalf uur op de camping terug zijn. We gaan onder het spoor door en stappen stevig door. Als we voor m’n gevoel te ver bij het water vandaan zijn, twijfel ik weer, maar volgens Martin en zijn app zitten we echt op het juiste pad. Ik baal dat ik m’n Garmin niet heb aangezet om de afstand en snelheid op te nemen 😦 Gelukkig komen we inderdaad na verloop van tijd bij een brug die we wél over kunnen steken. Het is allemaal verlaten en voelt wat unheimisch, maar gelukkig zijn we met z’n tweeën. Aan de overkant hebben we de mazzel dat er een afgescheiden fiets-/wandelpad is naast de weg, zodat we niet bang hoeven te zijn om geschept te worden door een auto. Bovendien scheelt het voor mijn humeur enorm dat ik weet dat we nu terug lopen, in de richting van stadje en camping, en niet steeds verder weg, zoals aan de overkant. We hebben er een stevig tempo in zitten – willen allebei toch wel graag dat het klaar is.
Als we nog 1,4 km moeten volgens de app, concludeert Martin dat we het voor twaalf uur moeten kunnen halen. En inderdaad, de kerkklok slaat net twaalf als we bij de camping arriveren – waar het hek gesloten is. Fuck! Ik heb bij het inschrijven een code gekregen, maar heb geen moment bedacht dat we die nodig zouden hebben. Ten eerste niet bedacht dat we de camping zouden verlaten voor de ochtend, maar bovendien niet bedacht dat je ook als voetganger de camping ’s nachts niet op zou kunnen zonder code. Martin probeert wat simpele codes (duidelijk een ict’er), zoals 1-2-3-4, maar geen ervan werkt. We onderzoeken wat mogelijkheden om het hek over te klimmen, iets meer buiten het zicht van receptie/restaurant, waar mensen nog wakker zijn, maar de toegangspoort zelf over lijkt de enige optie. Martin klimt erover (wat maakt dat een herrie!), en biedt aan de code uit m’n tent te halen. Nogmaals: de held. Niet dat ik fysiek niet over dat hek zou kunnen klimmen (denk ik), maar ik ben zó bang om betrapt te worden op iets wat niet mag… grrr, blijf in dat opzicht een klein kind. De code blijkt 3-4-5-6 te zijn 🙂
Ik heb een bloedhekel aan de uitdrukking ‘herinneringen maken’ (dáár doe je de dingen godbetert toch niet voor, om er herinneringen van te maken?) maar dit is er zo eentje die me zomaar bij zou kunnen blijven. Omdat het achteraf toch vooral erg grappig was. Maar waar die 3,2 km nou toch op sloeg??