A walk in the park

Vrijdags zit ik de hele dag in de auto, om van Haarlem in Argentière te geraken. ’s Avonds begint het al vroeg te regenen, en ik ben maar wat blij dat ik een geldig excuus heb om om zeven uur naar bed te gaan. Na twaalf uur slapen, ben ik de volgende morgen wel toe aan een stukje hardlopen. Eigenlijk staat er nog 15 kilometer op mijn schema, waarvan 10 snel, maar ik ga er maar van uit dat dat is afgestemd op geasfalteerd en vlak terrein op zeeniveau, en dat ik in nog niet geacclimatiseerde toestand op een hoogte van ruim 1000 meter boven zeeniveau, over niet bepaald vlakke bergpaadjes, het schema met een korrel zout mag nemen. Ik heb veel vertrouwen in Henny, die mijn schema’s maakt, maar ik blijk soms toch ook over een gezonde portie eigenwijsheid te beschikken. Voor de vorm doe ik nog wel mijn best een klein stukje wat tempo te maken, maar dat neemt niet weg dat ik in anderhalf uur maar net iets meer dan 10 kilometer afleg.

Verder hoef ik niet veel meer, deze week. De bedoeling is om lekker uit te rusten voor de 80 kilometer die mij op vrijdag 28 juni wacht. Maar behalve deze ‘zou moeten’ 15 kilometer, mag ik nog best een paar keer lopen, zegt Henny. Hoeft niet lang, maar wel even wat snelheid maken om de loomheid uit het lichaam te lopen. Oké, als jij het zegt. Boeken heb ik mee, en lezen wil en zal ik. Het is heerlijk, zo in het gras naast mijn tent, tussen de bergen, omringd door het geluid van koeienbellen. Maar hoe lekker ik me ook voel, deze eerste dag, er is toch ook sprake van enige onrust. Zo pak ik telkens weer de kaart, om én te kijken waar de route vrijdags ons ook alweer langs zal voeren, én te kijken wat ik vanaf de camping zou kunnen doen aan kleine hardloopjes en aan wandelingen. En dan zie ik het. Het lastigste deel van die 80 kilometer, althans: het enige deel dat een aantal passages bevat die op de kaart worden weergegeven door een stippellijn, in plaats van door een doorgetrokken lijn, bevindt zich hier niet al te ver vandaan. Weliswaar moet ik er even voor met de auto naar Le Buet (dat doe ik eigenlijk niet graag; als ik eenmaal op de plaats van bestemming ben, laat ik dat ding het liefst staan), maar dat heb ik er wel voor over. Oké, het hele rondje wordt te lang – ik zie op het hoogteprofielkaartje van de wedstrijd dat dat 20 kilometer is, en dan zitten er ook nog de nodige hoogtemeters in, maar als ik de Col du Passet nu laat zitten, en vanaf de Col de la Terrasse afdaal naar het Chalet de Loriaz, dan zou het een te doen rondje moeten zijn. Even heel grofweg: van 1300 naar 2600, 1300 hoogtemeters, ach, daar schrik ik niet van.

Het begin is buitengewoon ontspannen. Nog wat huizen, gras, bloemen, en even later een fotogeniek pad langs een fotogenieke beek (geen foto’s gemaakt uiteraard…). Wel veel wandelaars, over het algemeen wat oudere mensen. Ik vermoed dat zij niet, zoals ik, naar de Val de Tré les Eaux op weg zijn, maar naar de Refuge de la Pierre à Berard, al is die laatste dan nog gesloten. Na de splitsing zie ik geen mens meer. Ik ga richting Les Granges en sla daar linksaf, richting genoemde vallei. Ik ben domweg gelukkig in de bergen, en loop wat voor me uit te filosoferen. Ik heb geen haast, maar loop in rustig tempo, gestaag door. Het pad is niet steil, maar na een poosje is de lieflijkheid van het dal verleden tijd, en loop ik de ruigte van het hooggebergte in. Even een stukje langs een steile helling over een smaller-dan-smal paadje. Ik ben onderweg bezig met het idee dat wij hier vrijdag zullen hardlopen, en bedenk op dit punt: hier maar even wandelen. Even later krijg ik echter iets heel anders voor mijn kiezen. Een stukje klettersteig, bijna loodrecht omhoog. Het zijn niet een paar passen, maar het is een serieus stukje klimmen, met rechts een ijzeren stang, en links een ketting om je aan vast te houden (en aan op te trekken). Jeetje, willen ze hier een hardloopwedstrijd langs laten lopen? Dat lijkt me nogal heftig. Ik heb wel enige klimervaring, en kom hier prima omhoog, maar dat zal toch niet voor alle lopers gelden? Bovendien: ondanks mijn ervaring, vind ik het toch wel even spannend, zo’n stukje klimmen – ik heb natuurlijk geen klimspullen bij me, en ben dus ongezekerd. Als ik zou vallen, zou dat zeer onaangenaam zijn.

Nog los van de loopwedstrijd echter, bedenk ik dat ik hier al bijna inga tegen mijn eigen stelregel, die ik nét de dag ervoor, tijdens dat stukje hardlopen, heb bedacht: zo lang je bij dit soort tochten in onbekend terrein omhoog maar geen stukken aflegt die je niet meer zou durven afdalen, kun je in principe altijd omkeren en ben je in die zin relatief veilig. Deze rotspassage afklimmen, lijkt me echter bepaald geen pretje. Maar goed, als het echt moet, dan lukt het me wel, verwacht ik. Ergens boven mis ik een afslag en ik loop te ver naar rechts. Al heb ik het gevoel dat ik niet de goede kant opga, ik neem niet de moeite om dat op de kaart te checken en loop door tot het pad ophoudt. O, had ik een stukje terug niet een kruis op een rots zien staan? Zou dat misschien betekenen dat de route niet deze kant opgaat? Terug maar, en ik ben even in verwarring als ik een pad naar beneden passeer, terwijl ik het idee heb dat ik het vervolg van het pad dat ik nu loop ook al gezien heb. Ik breek me het hoofd er maar niet over.

Als ik een stuk verder de vallei in ben gelopen, dient zich het eerste sneeuwveld aan. Ik trek de pijpen van mijn broek omhoog en rits ze vast, ik trek een thermoshirt met lange mouwen aan en ik pak mijn stokken. Het sneeuwveld ziet er serieus uit namelijk. Het is behoorlijk steil, en als ik erop stap, blijkt de sneeuw hard te zijn. Weliswaar is er een spoor van een voorganger te zien, maar die had zo te zien stijgijzers aan, dus dat geeft ook al niet al te veel vertrouwen. Steeds zeg ik tegen mezelf dat ik heftigere dingen heb gedaan dan dit, dat ik gewoon geconcentreerd moet lopen, elke stap mijn schoen zo goed mogelijk in de (harde) sneeuw trappen, één trap per keer moet goed zijn, en staan, rustig gaan staan. Leuk vind ik het niet, maar ik doe het en op een bepaalde manier voelt het goed dat ik mijn angst overwin. De sneeuwveldjes die volgen, zijn minder steil, en vormen nauwelijks een probleem.

Na een poosje loop ik echter over een heel uitgestrekt sneeuwveld. Weer alleen een stijgijzerspoor, dat ik even later echter kwijt ben. Ik heb niet echt een idee waar ik de sneeuw moet verlaten, en ik kijk met argusogen naar het stroompje dat er een stukje lager onderdoorstroomt. Oké, wat nu? Ik zie op mijn horloge dat ik slechts 700 meter gestegen heb in bijna 2,5 uur tijd. Ai, dat is langzaam, erg langzaam. Ik moet er volgens datzelfde horloge nog 800 (in werkelijkheid waarschijnlijk 700). En als ik op de eerste col ben, moet ik nog een stuk afleggen naar de tweede col, die op ongeveer dezelfde hoogte ligt. Dat is eigenlijk onmogelijk, het is al rond het middaguur. Ik heb geen idee hoe het terrein hogerop is – als hier al zoveel sneeuw ligt, zal het daar niet veel beter zijn. Ik ben in mijn eentje. Niemand weet waar ik ben – mijn buren op de camping weten alleen dat ik vanuit Le Buet op pad ben gegaan, maar ik heb hun niet laten zien wat mijn plan was. Ik heb wel wat warme kleren bij me, maar geen muts en handschoenen, bijvoorbeeld. Mijn reddingsdeken en fluitje zitten bovendien in mijn hardlooprugzak, en heb ik dus ook niet bij me. Geen lamp.

Ik wist wel dat men voor de wedstrijd al een alternatieve route bedacht had die we waarschijnlijk zouden moeten lopen, en ik kon natuurlijk best bedenken dat dan vermoedelijk juist dit deel uit de route gehaald zou zijn – het is niet alleen het lastigste, maar ook het hoogste deel van de oorspronkelijke tocht. Toch heb ik steeds bedacht dat als ze er een hardloopwedstrijd langs zouden willen laten lopen, dat het dan wandelend, op bergschoenen, toch zéker te doen zou moeten zijn. Ik heb er niet eens aan gedácht om te informeren of het nu, nog redelijk vroeg in het seizoen, maar vooral na een voorseizoen met erg veel sneeuw en lage temperaturen, wel te doen zou zijn om dit rondje zonder stijgijzers te maken. Fout, fout, fout. Er zit maar een ding op: omkeren. Het spreekwoord ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ is hier wel buitengewoon van toepassing.

Dat is even slikken. Omkeren betekent namelijk ook dat eerste, best wel lastige, sneeuwveld nogmaals traverseren. Mogelijk betekent het ook die klettersteig afdalen, al heb ik in de verwarring rond het foutlopen het idee gekregen dat er misschien een andere afdaling is. Maar goed, opnieuw zeg ik tegen mezelf dat ik het kan, dat ik het durf, dat ik lastigere dingen heb gedaan dan dit, en dat het een kwestie is van concentratie en rust. Dat het dan goed zal gaan. En goed gaat het. Leuk vind ik het niet, dat sneeuwveld nog een keer te moeten oversteken, maar bang ben ik ook niet. Wel opgelucht als ik aan de overkant ben en de rotsen weer op stap. Dan nog even de spanning over de route naar beneden. Eerst kom ik een pad tegen met een bordje dat zegt dat het naar Sur le Rocher loopt, met een dreigend bordje ‘Dangereux’ eronder. Dat neem ik maar niet en ik heb goede hoop dat dat per ongeluk wel het pad was dat ik omhoog heb genomen – met al mijn zogenaamde kaart-en-kompaskennis had ik niet gezien dat ik kennelijk niet op het rood ingetekende pad zat, maar op een of ander vaag alternatief. Het pad waarlangs ik afdaal, blijkt inderdaad een stuk eenvoudiger te zijn, en heeft slechts eenmaal ergens een bescheiden stukje ketting hangen. Hiervan kan ik me inderdaad goed voorstellen dat er honderden lopers langs gestuurd kunnen worden.

Bijna beneden sta ik voor de keuze: of direct naar de auto en weer naar de camping, wat me een heerlijk luie middag oplevert, of linksaf dan maar via een gewoon, eenvoudig pad, omhoog naar Chalet de Loriaz. Ik kies het laatste. Het beestje wil toch het gevoel hebben iets gepresteerd te hebben. En de rest is dan inderdaad van het kaliber ‘a walk in the park.’ Niet bijster interessant, maar ik weet de afgelegde hoogtemeters toch nog net tot 1300 op te voeren. Gelukkig maar.

Gemengde gevoelens na afloop. Aan de ene kant geef ik mijzelf op m’n kop voor de (beginners)fouten die ik gemaakt heb, aan de andere kant ben ik tevreden over hoe ik het opgelost heb. En ik ben blij over hoe rustig en zeker ik én dat stukje klettersteig heb ‘genomen,’ én dat lastige sneeuwveldje. Het voelde toch een beetje als vanouds, in de bergen…

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in bergen, hardlopen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s