Aangenaam?

Net zoals ik vorig weekend deed, verenig ik vandaag het aangename met het aangename. Vorige week combineerde ik een mooi en pittig loopje over de Posbank met bijpraten en 2014-plannen smeden met Edwin; en combineerde ik dat geheel met een weekendje kamperen in Loenen, wat ik dan weer combineerde met een bezoekje van mijn ouders.

Vandaag zoek ik het wat dichter bij huis: ik heb om acht uur afgesproken bij Bleek en Berg met Conny, een (voorheen klim-)vriendin die ik veel te weinig zie. (Nu geldt dat laatste overigens voor ál mijn vrienden – daar is Conny niet uniek in. Wat frequentie van contact betreft, ben ik een ware prutsvriendin – ik hoop altijd maar dat ik dat dan op een andere manier een beetje goedmaak…) Het aangename van een loopje door de duinen, verenig ik met het aangename van Conny weer eens zien en spreken.

We lopen bijna twee uur samen, vooral door Duin en Kruidberg. Het tempo is aangenaam, niet al te hoog, het weer is goed, de paadjes zijn overwegend smal, onverhard en net iets te vaak naar mijn zin nogal mul. Conny kent het gebied een stuk beter dan ik, en dat loopt lekker ontspannen. Als we bijna terug zijn bij Bleek en Berg, buigt Conny af naar de ingang, en ik maak me op voor nog een rondje groen. Ik ben daar al eens de weg op kwijtgeraakt, en neem me voor vandaag goed op te letten.

Natuurlijk gaat het goed – een tijdje. En natuurlijk gaat het mis – na een tijdje. Ik loop ergens in het bos, het is een lekker pittig pad, en volgens mij staat er een groen paaltje bij een pad heuvelop. Wauw, dit pad kende ik nog niet, dat is een goed pad voor een stevige training. Als ik boven ben, is het me wel duidelijk dat ik mij niet meer op groen bevind – er loopt een heel smal, slingerend pad, met de mulheid van een ruiterpad, steil naar beneden. Dit is echt een goed trainingsgebied! Ik heb het idee dat ik vlakbij de Brederodeberg ben, en verwacht dat ik zo weer op bekend terrein kom. De paadjes zijn echter nogal overwoekerd, en het eerste pad dat ik insla in de juiste richting, loopt dood op een hek. Dan maar de andere kant op. Een overwoekerd, tja, is het een zwembad? Het lijkt erop. Nog een poging loopt dood op een hek en ik zie een kasteel met een prins op een wit paard – het waren twee koningskinderen en zij hadden elkander zo lief, maar het water was veel te diep – nou ja, het hek te hoog dan, in dit geval. Na een poosje zie ik voor me fietsers passeren, laat ik daar maar naartoe gaan en dan maar via het fietspad terug. Daar stuit ik op een hekwerk. Daar zou ik wel overheen hebben kunnen klimmen, maar ik denk nog steeds dat het op een nettere manier ook moet kunnen. Ik steek een groot grasveld over – ondertussen heb ik het hardlopen even opgegeven en ik wandel, en neem hier zelfs de tijd om even te gaan zitten om een schoen te legen. Ik denk dat ik in de goede richting loop, maar even later ben ik weer terug bij het zwembad. Tja, dan weet ik het niet meer. Terug naar waar ik vandaan kom, en dan zie ik verderop een man staan. Ah, die kan ik mooi vragen hoe ik bij Bleek en Berg kom. Als ik dichterbij kom, zie ik dat de man een uniform draagt. Ah, een boswachter, of duinwachter, of hoe dat ook in zijn functieomschrijving staat. Nou, die kan me zéker helpen.

Dat kan hij inderdaad. Maar niet dan nadat hij mij er eerst op gewezen heeft dat ik mij bevind in een gebied waar ik mij in het geheel niet zou mogen bevinden, en dat hij de bevoegdheid heeft mij daar een bekeuring van 90 euro voor te geven, en dat hij daar niet op uit is, maar dat het toch echt niet mag en dat het is dat ze niet van die bonnenschrijvers zijn, maar dat ik toch echt ergens van het pad ben afgegaan, en dat aan het begin van het gebied borden met plattegronden staan waarop staat dat je je alleen op de paden mag begeven die op die plattegrond staan, en dat het ook in ons eigen belang is dat wij daar niet mogen komen, omdat het er gevaarlijk is, ik heb zelf dat oude, vervallen zwembad gezien, en er zijn allerlei greppels, en zeker in het broedseizoen willen ze dat het er rustig blijft (maar het is nu toch geen broedseizoen?, vraag ik voorzichtig), en, nou ja, eigenlijk is het geen onvriendelijke man, maar een beetje formeel en ik moet er wel goed van doordrongen raken dat ik écht en echt in overtreding ben, en dat ik blij mag zijn dat hij mij er via het hek uitlaat (en passant wijst hij mij er ook even op dat ik inderdaad best over het hekwerk bij het fietspad heen had kunnen klimmen, als ik dat maar vlakbij een paal zou hebben gedaan – maar dat mag hij natuurlijk helemaal niet zeggen, zegt hij erbij).

Allora. Nog een paar kilometer over het fietspad terug naar de fiets. Eerlijk gezegd vind ik het asfalt wel even lekker. Ik heb weliswaar twee kilometer minder gelopen dan ik van plan was, maar ik vind het wel best, en ben blij als ik op de fiets kan stappen. Bij het terras op de hoek stap ik nog even af om een kop koffie te drinken met een hele zwik loopvrienden die daar zitten.

En nu? Komend weekend de Trail des Fantomes, 50 kilometer. Zou dat ook aangenaam zijn? Het reünie-aspect van de onderneming vast wel. Ik vind het leuk om daar allerlei vrienden en bekenden te treffen, en verheug me erop om met een paar van die vrienden een potje te koken en wat bier en wijn te drinken. Maar het lopen? Om eerlijk te zijn, zie ik er als een berg tegen op. Niet alleen is elke vorm van snelheid op dit moment ver te zoeken, en lijk ik ook flink aan duurvermogen te hebben ingeboet (ik had er na 20 kilometer vanmorgen al aardig genoeg van), maar ik lijd de laatste weken ook aan een klassieke vorm van PHPD. Om me mentaal op de been te houden, heb ik het lopen keihard nodig, maar mijn lichaam lijkt er nog steeds niet van overtuigd te zijn dat het werkelijk voor alle partijen beter zou zijn als het een beetje mee zou werken.

Nou ja, laat ik het maar gewoon als een aangenaam uitje beschouwen, en stel dát ik die 50 niet uitloop: eens moet ik toch een keer de ervaring van een DNF ondergaan. Dat kan maar gebeurd zijn. En ach, waarschijnlijk hoort dit soort gejammer nou typisch tot de verschijnselen van een PHPD-aanval, en is er uiteindelijk weer eens niets aan de hand.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen. Bookmark de permalink .

6 reacties op Aangenaam?

  1. Edwin zegt:

    Met een uur of 8 zijn die 50 zo weer voorbij. Waar heb je het over, waar trek je de schoenen nog voor aan. :-). Bedacht me gister dat je natuurlijk alleen vegetarisch kookt. Moet natuurlijk wel een scharrelkoe in die pastasaus. Twee pannetjes? Of principes opzij?

  2. Bos Haas zegt:

    Leuk het gaat met vriendschapjes toch altijd nog om de kwaltijd …
    PHPD=Pijnhierpijndaar
    Dus als je Zaterdag die pijn hier nu eens gewoon daar laat komt dat met dat spookloopje van jou ook wel goed.

  3. jacolien1965 zegt:

    “Kwaltijd” – mooie verschrijving, Adriaan! Maar ik hoop dat je gelijk hebt, en dat de kwaliteit, in elk geval voor een aantal vrienden, voldoende is om het gebrek aan kwantiteit te compenseren, idd. Denk het wel.

    En Edwin: wauw, meen je dat van dat vlees? Dat zou geloof ik voor het eerst zijn, dat ik op pad ben met iemand die geen vegetarische maaltijd wil (hoewel ik nog vis wilde voorstellen, ook niet al te vegetarisch). Jij je principes opzij? Of ik? Hoewel ik in principe vind dat principes er zijn om overboord te gooien, lijkt het me niet zo’n strak plan om na een vleesloos bestaan van zo’n 37 jaar nu op de avond voor een loopje (al is het dan slechts een schamele 50 kilometer) opeens vlees te gaan eten… Dat lijkt me vragen om weer heel andere problemen dan de phpd’tjes van dit moment.

    • Bos Haas zegt:

      hahaha ja het was zeker niet mijn idee om jou vrienden schare als weekdier te kwalificeren … gelukkig is de Nederlandse taal zo coulant dat de meest verschrikkelijk dyslecticus ( schuldig ) nog zonder veel moeite gevolgd kan worden … kijk en dat is dan weer mijn redding … maar ik zal de ontbrekende letters later weer ergens in een tekst aanvullen en de eieren terug mixen zodat het nettoresultaat gelijk blijft 😉

  4. Edwin zegt:

    Volste vertrouwen in een vegetarisch saus. Is alleen iets wat ik zelf nooit zou doen. Maar verras me, zou ik zeggen. Zeker geen vis! Al 50 jaar geen vis gevonden die te eten is. Neem wel een lekker wijntje mee. Rood, wit, rose?

  5. Ellen Flipse zegt:

    Wat een aangename vermakelijke conversatie. Dat geeft weer voer voor een smile.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s