Klein leed en lichtpuntjes langs het Twentepad

Oef. Opeens is de pijn in mijn rechter kleine teen zo groot, dat ik er onmogelijk mee door kan lopen. Ik passeer net een terras met vrijdagmiddagborrelende mensen, toch al niet een omstandigheid waarin ik mij het meest op mijn gemak voel. En ik heb het mezelf ook alweer niet gemakkelijk gemaakt door kennelijk een afslag te missen, waardoor ik vlak langs de recreatieplas loop, vol veel te blije mensen, terwijl ik net iets verderop over een rustig bospad had horen te lopen, met de zwembadgeluiden aangenaam op de achtergrond. En ik loop nog om ook, maar dat zie ik achteraf pas.

Ik strompel naar de juiste route, en neem plaats op een van de paaltjes waarmee de zandweg is afgezet voor auto’s. Wat een ellende. Ik ben nog maar net uit Oldenzaal vertrokken, waar ik mijn tweede lange pauze hield, en moet nog krap 30 kilometer, terug naar Almelo. Ik voelde vanmorgen al snel dat ik blaren kreeg, maar tot nu toe was de pijn van een vertrouwd en draaglijk niveau. Nu niet meer. Het enige dat ik kan bedenken, is wat extra tape erop, al verwacht ik daar weinig heil van. De linkerteen dan ook maar meteen, je weet nooit waar het goed voor is. Als ik beide sokken en schoenen weer aan heb, ga ik met tegenzin weer op pad. De teen voorzichtig weer belastend, maar de pijn is onverminderd groot. Dan maar proberen er op een andere manier mee om te gaan. Verzet werkt niet, negeren is onmogelijk, toestaan dan maar. Gelukkig hoef ik het ook weer niet al te lang toe te staan – na een poosje is de pijn weer tot het vertrouwde niveau geslonken. En als later links hetzelfde gebeurt, weet ik dat ik me er niet door van de wijs hoef te laten brengen. Hoe pijnlijk ook, het gaat weer over.

Een plan van een jaar oud wordt vandaag eindelijk ten uitvoer gebracht. Tussen alle prachtige wedstrijdverhalen die ik lees, zijn het vooral de verslagen van tochten die mensen in hun uppie maken waar ik van smul. Jolanda Linschooten die de Bob Graham Round loopt, of die, in voorbereiding op de UTMB, een paar dagen in haar eentje de Tour du Mont Blanc gaat ‘verkennen.’ Lara Klaassen die met hond en bivakzak een paar dagen in een herfstig en mistig Duitsland een stuk van een lange-afstandspad aflegt. Dat soort werk. Maar laat mij maar heel eenvoudig beginnen. Met een eendaagse, ergens in Nederland, gemarkeerd. Een LAW ligt voor de hand. De meeste zijn te lang. Van de routes waar ik het boekje al van heb, komt eigenlijk alleen het Twentepad in aanmerking. Het Krijtlandpad, in Limburg, is bij veel lopers in trek, en is ongetwijfeld heel mooi, maar dat komt nog wel een keer voor mij. De af te leggen afstand is al barrière genoeg voor me, daar hoeft nog niet per se een zooitje hoogtemeters aan te worden toegevoegd. Twente heeft bovendien als groot voordeel dat ik het huis van mijn ouders, in Nijverdal, als uitvalsbasis kan gebruiken. Vorig jaar kwam het er niet van, maar nu kan ik het mooi inpassen in de trainingen.

Als ik door Almelo loop, is het nog lekker koel. Het is nog vroeg. In de winkelstraten klinkt een inbraakalarm. Op een plein ben ik de route even kwijt, en ik loop onnodig een stukje terug. Dat begint al goed. Gelukkig voert de route al snel naar het groen bij Huize Almelo. Daarna moeten er nog even een paar wegen overwonnen worden, maar dan loop ik de stad echt uit en kan de dag beginnen. Ik heb me voorgenomen vooral niet te snel te starten – een kilometer of 9 per uur, heb ik zo bedacht. Als ik zo nu en dan even het routeschermpje verlaat om te kijken hoe snel en hoe ver ik ben, blijkt dat ik me niet druk had hoeven maken over ‘te snel’ – die 9 km/u haal ik niet eens. Gelukkig heb ik de tijd.

En die tijd zal ik nodig hebben ook. Na 30 kilometer in drie uur en drie kwartier kom ik aan bij de watermolen van Bels. Ik heb van tevoren bedacht dat ik er maar het beste met recht een dagje uit van kan maken, en strijk hier op het terras neer voor een kop koffie en een stuk kwarktaart met slagroom. Ook kan ik mooi even naar de wc, het zout van mijn gezicht spoelen en nieuwe sportdrank maken. Tot nu toe gaat het niet heel makkelijk. Mijn ‘genietertje’ staat vandaag niet aan, heb ik al een paar keer bedacht (die lekker kleffe uitdrukking heb ik uit een column van Aaf Brandt Corstius in Onze Taal). Het heeft kennelijk nogal geregend de afgelopen tijd en de smalle paadjes zijn nat en modderig. Op andere momenten draagt modder alleen maar bij aan de feestvreugde, maar vandaag ben ik niet in een modderminnende bui en baal ik van de extra energie die het me kost de modder en de plassen zo goed en zo kwaad als het gaat te ontwijken. De bramenstruiken ontwijk ik niet. Zo nu en dan loop ik fout, en ik loop een stuk onnodig langs een iets drukkere weg. Een goede mentale training, bedenk ik maar. Op het terras heb ik het routeboekje erbij gepakt en kijk ik naar het vervolg. Ik tel de kilometers. Vanaf Oldenzaal naar Almelo is het 30 kilometer. Omdat ik uitga van 90 kilometer in totaal, reken ik erop dat het tot Oldenzaal ook nog 30 is. Dat wordt de volgende etappe – in Oldenzaal mag ik dan weer een wat langere pauze nemen van mijzelf.

De kwarktaart doet wonderen, en tot mijn verrassing loop ik de volgende 10 kilometer redelijk lekker. Het is ook meteen een van de mooiste gedeeltes van de route. Nog een stukje langs de Duitse grens, en dan door het Springendal naar Ootmarsum. Een paar weken geleden liep ik een stukje Pieterpad en schreef ik over mijn liefde voor Groningen. Nu denk ik: sorry Groningen, ik houd van je, maar Twente is toch echt mooier. Bij Ootmarsum is de kwarktaart uitgewerkt, en ga ik weer op standje overleven. Ergens op een smal paadje kom ik een bepakte ezel tegen, met begeleider ernaast en wandelend echtpaar erachter. Ik groet en kijk kennelijk nogal blij, want daar krijg ik een opmerking over. Ik ben bang dat het vandaag de laatste keer is dat ik blij kijk.

Zestig kilometer gaat in acht uur. Eigenlijk valt dat me niet eens tegen, maar ik realiseer me dat de tweede lange pauze nog moet komen, en dat een eindtijd van twaalf uur er niet in zal zitten. Wat erger is, is dat Oldenzaal nog niet in zicht is. Ik ben nog niet door mijn drinken heen, maar ik merk dat ik erop aan het bezuinigen ben. Bang om zonder te komen zitten. Het is warm – maar ook dat beschouw ik maar als een mooie training. Bovendien hoorde ik bij Bels dat het morgen 32 graden zal worden, daarmee vergeleken is het vandaag nog aangenaam. Na 66 kilometer ben ik dan toch in Oldenzaal. Ik had het kunnen weten. Volgens het routeboekje zou de route ongeveer 90 kilometer moeten zijn (inclusief aan- en afloop van en naar station Almelo), maar de verschillende gps-bestanden bij elkaar opgeteld geven een afstand van in totaal 97 kilometer aan. Als het laatste stuk 30 is, klopt die 66 dus wel zo’n beetje. Ik vraag de weg naar een supermarkt, en koop bij Albert Heijn een liter cola, 2,5 liter water en een pak tucjes. De cola gaat op, de helft van de tucjes ook, 2 liter water gebruik ik om nieuwe sportdrank te maken en de waterzak te vullen en dan gaat er nog een flesje water extra in de rugzak. Dat maakt dat ik met een flink gewicht op de rug weer op pad ga, maar ook dat ik me geen zorgen meer hoef te maken over gebrek aan drinken.

In Oldenzaal had ik trouwens ook op de trein kunnen stappen. Dat ik dat niet doe, betekent dat ik er langzaam maar zeker (weer) in ga geloven dat ik het vandaag uitloop, al vind ik 30 kilometer nog te gaan een onmenselijke en nauwelijks te bevatten afstand. Als ik weer op pad ga, wandel ik eerst een stuk, maar zet dan toch maar weer een sukkeldrafje in. Meer dan dat zit er niet in. De blarenproblemen komen me iets te snel na de pauze. Ik vind het niet erg om wat vaker te stoppen dan ‘normaal,’ maar weet dat als ik te vaak stop, het steeds moeilijker zal worden om het eind te halen. Gelukkig zijn er toch, hoe zwaar ik het ook heb, steeds weer stukken waarin ik me ertoe kan zetten om door te lopen, gewoon maar door te lopen, de ene voet voor de andere, het hoeft niet mooi, het hoeft niet snel, als ik maar blijf bewegen. Van de volgende kilometers staat me weinig meer bij. Ik weet dat ik een tijdje op zoek ben naar wat beschutting om mijn blaas te legen, en ik weet dat ik merk, als ik die beschutting heb gevonden, dat ik weer een potentiële schuurplek ben vergeten in te vetten en dat mijn geschramde benen een dankbare prooi voor de muggen vormen. Na het plassen wandel ik weer een poosje, en ik ben zo slim om iets te eten. Ik neem zelfs een cafeïne-gel. O, o, soms vind ik mijzelf zo verstandig.

In Hertme ga ik over op het laatste gps-bestand. Dat geeft nog 10,6 kilometer aan, en pas nu weet ik dat ik het ga halen. Ik ben dan nog onbewust van het feit dat verreweg het zwaarste stuk nog moet komen. Na een kilometer gaat de route een graspad op langs de Oude Bornse Beek. Later volgt het niet langer die beek, maar een kanaal. Lopen over het gras valt me zwaar, heel zwaar. De ondergrond is oneffen en bij elke stap sleept mijn voet door het stugge gras. De voeten hoger optillen is een onmogelijkheid in dit stadium. En het gaat maar door, kilometers en kilometers achter elkaar. Links van me water, rechts van me grasland. Ik vervloek de eentonigheid, ik vervloek degene die dit bedacht heeft, ik vervloek mezelf omdat ik de route niet andersom loop – als ik dit had gelopen toen het nog fris was, en ikzelf ook, had ik er vast de schoonheid wel van weten in te zien – en bovenal vervloek ik de zon die ongenaakbaar blijft schijnen. Hoepel toch op met je warmte en je felle licht! Ik passeer vissers die in volmaakte rust hun ding doen. Ik zie een stelletje op een kleedje aan het water zitten en vraag me af wat voor lichtjes ze naast zich hebben staan – kaarsen of lampen lijkt me zo gek, nu het nog licht is. Ik ben wat kippig, en zie pas als ik vlakbij ben dat het glazen rosé zijn die flonkeren in het zonlicht. Ik groet, maar ik geloof dat het beeld van een zweterige, sloffende hardloper niet echt bijdraagt aan hun idee van romantiek en krijg geen groet terug.

Ik heb me voorgenomen om pas te kijken hoe ver ik ben, als ik van de grasdijk af ben. Dat lukt me niet, het duurt te lang. Als ik even spiek, heb ik er 88 kilometer op zitten. Weer een poos later heb ik een leeg schermpje. Wauw, dat is voor het eerst dat ik de batterij van m’n horloge heb leeggelopen. Uit voorzorg had ik de frequentie van het zoeken naar satellieten ingesteld op 1x per 60 seconden, maar het navigeren kost kennelijk zoveel stroom dat de batterij na 13 uur leeg is. Voorlopig kan ik weinig kanten op, en hoef ik alleen maar rechtdoor het water te volgen. Als ik dan aan het eind van deze martelgang eindelijk weer op asfalt uitkom, blijk ik op het punt te staan waar het rondje gesloten wordt, en ik linksaf naar Almelo moet. Of rechtsaf voor nog een rondje natuurlijk…

Heel even ga ik nog op een bankje zitten, ik kan het niet laten. Ik heb bedacht dat ik de laatste 2,5 kilometer ook wel mag wandelen, maar zie mezelf toch weer dat sukkeldrafje inzetten. Nog even afzien. Het verstand staat al heel lang op nul. Ik heb het routeboekje nu noodgedwongen in de hand, maar hardlopen en in het boekje kijken gaat niet zo lekker samen. Gelukkig staan er in het centrum ook richtingaanwijzers naar het station. De mensen op de terrassen negeer ik, ik ben alleen maar bezig het eind te halen. En ik haal het, hoe is het mogelijk. De precieze afstand weet ik niet, maar zal 93 of 94 kilometer zijn. 13 uur en een minuut of 40 onderweg, inclusief pauzes. Geen juichstemming, zelfs enige twijfel of ik hiermee nu niet meer kapot heb gemaakt dan drank goed kan maken, met het oog op de plannen voor over een paar weken, maar toch blij en tevreden dat ik heb doorgezet. Dit was er een die hoog op mijn wensenlijst stond. Weer vind ik het mooi om te merken hoe je toch altijd weer ergens kracht vandaan weet te halen als het zwaar is. Maar ook vind ik het goed om te merken dat een aantal keren 60 kilometer hebben gelopen, niet wil zeggen dat je er ook met relatief gemak even 90 wegtikt. Prima. Sterk is mooi, maar bescheiden blijven is ook niet verkeerd.

De uitvalsbasis in Nijverdal beschikt over een bad. Het warme water is een weldaad voor mijn gepijnigde benen. Ook is er soep en bier. En zijn er zorgzame ouders – is die zorgzaamheid me soms weleens iets te veel, nu dompel ik me er graag in onder. En als ik de blaren onder mijn voeten zo bekijk, weet ik dat ik me gelukkig kan prijzen dat ik alléén van de kleine tenen serieus last heb gehad, en dat nog maar heel kortstondig. En dat het goed is dat mijn voeten nog vijf weken de tijd hebben om te herstellen.

Het is een schone dag geweest – zelfs zonder genietertje.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen. Bookmark de permalink .

17 reacties op Klein leed en lichtpuntjes langs het Twentepad

  1. Henri Thunnissen zegt:

    Beste Jacolien, je bent niet de eerste die het Twentepad in zijn geheel hebt hardgelopen. Arie Fröberg heeft dat in het verleden ook gedaan. Zelf heb ik het pad lang geleden een keer gewandeld en recenter een aantal keren de mooiste delen ervan hardgelopen. Een afstand van 50-60 km doet weinig pijn als je de marathon een beetje beheerst. Een trail is qua terrein wat zwaarder dan een loop over de weg, maar mentaal vaak weer makkelijker door de afwisseling. Ga je van een afstand van 60 km verder richting 90-100 km dan krijg je onherroepelijk moeilijke momenten. Ik vind dat je een nette prestatie hebt neergezet. Ik ben benieuwd wat hier op gaat volgen.

  2. jacolien1965 zegt:

    Hai Henri, dank je.
    Dat Arie dat ook gedaan heeft, wist ik – weliswaar niet toen ik het plan opvatte, maar inmiddels wel. Ik las vandaag toevallig (nou ja) zijn verhaal daarover. En Herwin-van-wie-ik-de-achternaam-niet-weet heeft ‘m ook gelopen, minder snel dan Arie, maar sneller dan ik. Niet dat dat ook maar iets uitmaakt, ik kan er prima mee leven dat ik vrij lang onderweg was. Wandelend had ik het Twentepad ook al wel gedaan, in elk geval grote delen ervan, en lang, lang geleden.
    Maar pfiew zeg, zwaar was het. Ik kreeg tijdens het lopen wel wat andere ideeën over mijn ambitie om over niet al te lange tijd een ‘snelle’ 100km te lopen. Dat is vooralsnog een afstand om met gepast respect te bejegenen.

    • Henri Thunnissen zegt:

      Als je eens een 100 km wilt proberen in wedstrijdverband is Limburgs Zwaarste natuurlijk ideaal. Als je je dag helemaal niet hebt kan je bij de post Eyserbosweg afbuigen op de 80 km route. Dat zou ik overigens niet doen want je hebt bij Willem genoeg tijd en je krijgt daarboven op altijd coulance. Bovendien sta ik op die post, dus praat ik je wel de route van de 100 km op als ik inschat dat dat verantwoord is.
      Als je een echt snelle 100 km wilt lopen moet je naar de RUN in Winschoten komen, maar ik vraag me af of zo’n parcours over de weg wat voor jou is. Het is wel heel gezellig bij ons, die Oost-Groningers kunnen wel een feestje bouwen.

      • jacolien1965 zegt:

        Beide staan al een poos op mijn lijstje, Henri. Maar LZ kwam dit jaar te snel na blessuregedoe, en voor dit jaar kijk ik bewust nog niet verder dan de bergloop over een paar weken. Daarna eerst maar eens goed herstellen. Maar wie weet.

  3. Edwin zegt:

    Nou jacolien. Als je dit kunt ben je volgens mij wel klaar voor die bergkam. Iets minder vlak maar toch. LZ voor een ‘snelle’ 100km lijkt me niet echt geschikt. Meesten gebruiken Winschoten voor een snelle. Wel saai. (10×10). Fijn om in ieder geval te lezen dat je dit soort dingen aankan. Ook al was het zwaar. Heb in ieder geval megaveel zin in Verbier maar zie er toch behoorlijk tegenop. Denk dat ik er fysiek wel klaar voor ben maar terwijl ik dit schrijf komt er toch een zweetdruppeltje op mijn rug. 🙂

    • jacolien1965 zegt:

      Edwin, je moet je ook niet zo inspannen met dit weer – daar ga je vanzelf van zweten. Ik wil Winschoten hoe dan ook een keer lopen, ondanks de saaie rondjes. Het is een klassieker, en, nou ja, ik heb nou eenmaal Groningse roots, dat scheelt ook, denk ik.
      Ik deel je zin in en opzien tegen Verbier natuurlijk. Hoewel, opzien is het eigenlijk niet echt. Maar wel het besef dat ik de zwaarte vooral niet moet onderschatten… Nou ja, we zullen zien!

  4. bertusboco zegt:

    Proficiat Jacolien; zou het graag ook eens willen doen maar het is me nog te ver. (-;
    Herwin is waarschijnlijk Herwin Weststraate; LAW’er maar ook liefhebber van de trail.
    14 maart 2015 staat de vierde SallandTrail gepland, weer inclusief de 75 km. SallandTrail.
    ’t Is maar dat je het weet en… je hebt dan al een goed adres om te overnachten. (-;

    • jacolien1965 zegt:

      Dank je Bertus, eigenlijk was het mij ook te ver, maar dat merkte ik pas toen ik al onderweg was… Het is inderdaad die Herwin – Mig zei dat op facebook ook al.
      De Sallandtrail zal zeker met potlood op de kalender komen, maar om eerlijk te zijn, heb ik niet meer zo’n zin om me vijf maanden van tevoren al vast te leggen voor een wedstrijd. En de concurrentie van andere trails wordt alsmaar groter, zoals jij ook weet. Er is te veel leuks om uit te kiezen!

  5. djaktief zegt:

    Eerlijk verslag van veel km’s ploeteren. Ik leer er veel uit, maar zal zelf nooit dit soort afstanden lopen. Ik ben niet zo’n crack als die anderen met hun reacties hierboven. Geweldig dat de taart zo’n goede uitwerking had. Goed herstel!

    Groetjes,

    Dorothé

    • jacolien1965 zegt:

      Maar dat hoeft natuurlijk ook helemaal niet, dit soort afstanden lopen. ‘Ieder z’n meug,’ zei je laatst toch tegen me?
      Het kan ook de uitwerking van de koffie zijn geweest natuurlijk – in elk geval was ik al blij dat het tenminste 10 km lang een beetje behoorlijk ging 😀

  6. Elsa zegt:

    Mooi verslag! En wat heb je het zwaar gehad… De Oude Bornse beek is inderdaad best leuk als je je “genietertje” aan hebt staan. 😉
    Ik ken de route van het pad verder niet, maar ik ga er eens wat over opzoeken. Volgens mij kan ik dan mooi van Almelo of Oldenzaal naar huis (Borne) lopen.

  7. jacolien1965 zegt:

    Elsa, ja, dat kan inderdaad, al moet je vanaf de route dan nog wel een stukje naar het zuiden afzakken. Ennuh, dat stuk vanaf Almelo voert dus gedurende 7 kilometer over een grasdijk, met 2x een oversteek van een weg of brug, geloof ik, en bij wijze van enorme afwisseling, loop je ook een stukje met het water aan de andere kant van je. Jippie! (Maar inderdaad: best mooi hoor, en als je nog een beetje een normaal tempo loopt, is 7km natuurlijk ook weer niet zo heel ver…)
    Wat woon je toch in een prachtige omgeving!

  8. Herwin Weststrate zegt:

    Leuk verhaal, erg herkenbaar ook. Het genieten van het het Springendal, het bang zijn om zonder water te komen zitten (wat bij mij nog echt zo was, uiteindelijk maar bij iemand die langs de route woonde wat water getapt) en het eindeloze stuk langs het kanaal op tussen Almelo en Oldenzaal, ik liep zelf de route vanaf Oldenzaal in tegengestelde richting, dan komt dat stuk ook op het eind. Ik was het destijds in Hertme helemaal zat, er was daar net een Run-Bike-Run aan de gang waardoor ik via een alternatieve route verder moest, daarnaast was ook een stuk van het parcours afgezet met een bordje “Eigen weg” en boze mensen in de tuin ervoor, op de site van de stichting die achter het wandelpad zit las ik dat dat een conflict is dat al een jaar of 6 speelt.

    Mijn eindtijd was uiteindelijk 12 uur en 37 minuten, maar daar zit dan dat stukje van en naar het station van Almelo niet bij, ik geloof dat ik in de status waarin ik in het eind was ook wel een uur nodig gehad zou hebben voor die extra 5 kilometer. Ik had gepland er nog even een verslagje over te schrijven, maar daar kon ik me echt niet meer toe zetten. Het enige stukje verslag dat ik in mijn hoofd al geschreven had en me nog kan herinneren is rond Ootmarsum, iets ervoor kwam ik door een weiland, waar de koeien je verbaasd aan staan te kijken zoals alleen koeien dat kunnen. Iets later in Ootmarsum raakte ik even de route wat kwijt waardoor ik mezelf tussen twee terrasjes door moest wurmen om weer op de route te komen, de mensen die daar zaten keken zoals blijkbaar niet alleen koeien dat kunnen.

    @Elsa: het stuk Almelo-Borne vond ik ook vrij eentonig, vanaf het station van Oldenzaal is het een stuk afwisselender, ergens bij Saasveld of Hertme zul je dan af moeten slaan richting Borne. Je kunt eventueel ook eens kijken naar het Marskramerpad, daarin zit ook een traject vanaf Oldenzaal dat de noordkant van Borne schampt. Wel vrij veel zandpaden daarbij (en dan echt dat stoffige zand), maar ook net wat duidelijker markering dan het Twentepad.

    • jacolien1965 zegt:

      Ha Herwin,
      Wat leuk dat je m’n verhaal gevonden hebt en er zo uitgebreid op reageert. Enige troost biedt het toch wel, te weten dat een ander het ook zwaar had… En ik ben duidelijk ook niet de enige die zich niet helemaal gelukkig voelt tijdens het passeren van terrasjes en dat soort zaken. Heel mooi, je schets van die koeienblik. Terwijl ik tegelijk bedenk dat het waarschijnlijk meer mijn eigen gevoel van vervreemding is, dat me overvalt als ik het gevoel heb bekeken te worden door mensen die met zoiets totaal anders bezig zijn dan ik (denk ik dan), dan dat het ook maar iets zegt over hun gedachten over mij of over wat ik aan het doen ben.

      Liep jij ook met gps? Een van de dingen die ik onderweg ook nog bedacht, was dat ik dat zowel een vloek als een zegen vind. Een vloek omdat je het direct ziet als je ook maar een klein stukje naast de route zit, terwijl je dat anders waarschijnlijk helemaal niet op zou merken, maar een zegen op de momenten waarop de route niet duidelijk is, en je dankzij dat lijntje op je pols er redelijk vertrouwen in kunt hebben dat je over een poosje weer op het juiste pad zult zijn. Alleen op markering lopen, zou mij niet goed afgaan in elk geval!

      Vanaf nu onthoud ik je achternaam 😀

      • Herwin Weststrate zegt:

        Heb je wel eens een grote stadsmarathon gelopen, of een ander veel te druk evenement waar het publiek op negentig procent van het parcours rijen dik langs de kant staat? Dan heb ik pas het idee dat ik bekeken wordt, bijna alsof je de circusattractie bent. Helemaal gratis, als vergoeding voor het feit dat de straat een halve dag afgesloten is.
        Eerlijkheidshalve moet ik er nu wel bij bekennen dat de marathon van Amsterdam me vorig jaar prima bevallen is, maar het contrast met Berg en Dal een week eerder kon haast niet groter zijn.

        Ik heb destijds gelopen met 2 GPS-en en een kaart waar de route op ingetekend was. De ene GPS heeft nogal de neiging om lijntjes weg te laten op de “kaart” tenzij je zo ver uitzoomt dat je er niets meer aan hebt. De andere GPS werkt op 2 batterijen, en kan dus blijven werken, hoe lang je tocht ook duurt. Voorwaarde is wel dat je er volle batterijen in stopt en een extra paar meeneemt, dat ging dus ook mis. De kaart die ik twee dagen ervoor had gekocht was een fietskaart van de streek, de helft van de voetpaden stond er niet op, maar ja, de VVV was net bezig met een leegverkoop en iets duidelijkers hadden ze niet. Ik moet bekennen dat die kaart wel een uitkomst was toen ik in Hertme een alternatieve route mocht zoeken, maar ook die was tegelijk een vloek omdat er duidelijk op te zien was dat de route naar huis korter was en ik er ook echt geen zin meer in had. Navigatie puur op basis van de markering lijkt me hier redelijk onmogelijk.

    • Elsa zegt:

      Bedankt, dan ga ik eens vanaf Oldenzaal proberen. Die kwestie in Hertme (Lodiekslanden) loopt inderdaad al een tijd, ze hebben die weg ook al eens volledig afgesloten, maar er zit een recht van overpad op meen ik.
      Het Marskramerpad ken ik, tenminste een stuk daarvan dat door Twickel loopt. Dat is in elk geval een heel mooi stuk. En stoffige zandpaden, daar ben ik niet vies van. 😉

      • Herwin Weststrate zegt:

        Nog wel even een puntje vooraf om rekening mee te houden (zeg ik drie weken later): in het stukje Marskramerpad zit ook behoorlijk veel asfalt. Ik heb daar zelf nooit zoveel problemen mee, maar ik ken zat mensen die gaan lopen miepen over allergiën als ze een stukje vlakke ondergrond hebben.

        Het Marskramerpad is nog wel redelijk te doen zonder GPS, alleen het stukje centrum Oldenzaal is wat vervelend (en wellicht het Hulsbeek ook, maar daar loop ik zo vaak dat ik dat niet meer zie. Het Twentepad heb ik nooit in die richting gelopen, maar ik was daarbij over het algemeen niet heel erg te spreken over de aanwezige markeringen. Misschien ook wel mijn eigen schuld, ik heb wat moeite met in de verte kijken zonder bril, en loop altijd zonder bril.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s