Tijd en vorm

Als ik mijn stukje over de tis(voor)niksloop lees, lijkt het haast alsof het me alleen om mijn eindtijd te doen was. Ik schrijf niks over de omgeving, niks over de weer voortreffelijke en sympathieke organisatie, weinig over de mensen die ik er tegenkwam. Heb ik dan niet genoten? Vind ik die tijd dan werkelijk zo belangrijk?

Op beide vragen is het antwoord ‘ja en nee.’ Hoewel kunnen genieten zeker aangevinkt is bij me, sta ik de ene keer meer open voor mijn omgeving dan de andere. Ik had zondag geen slecht humeur, maar voelde me eerder neutraal dan superblij. Dat de omgeving mooi was, kreeg ik echt wel mee en liet me ook niet koud, maar het was niet zo dat ik er helemaal in opging. Het wás er gewoon. Zonneschijn zou misschien leuk zijn geweest, maar in al z’n grijsheid vond ik het een heerlijke loopdag. Ik vond het leuk om wat vrienden en bekenden te ontmoeten en om even met hen te praten, maar had er geen speciale behoefte aan om samen met hen te lopen – ik vond het prima om alleen te zijn en te gaan. Onderweg heb je, ook als je alleen loopt, telkens kleine contactjes die de verbinding met anderen weer voelbaar maken.

En wat die tijd betreft, ach, ik weet natuurlijk dat ik met mijn eindtijden niet echt indruk maak, en dat hoef ik ook niet. Ik loop niet voor een goede klassering – hoewel ik achteraf tevreden zie dat ik bij de beste helft geëindigd ben. Ik ging niet voor een pr, dat zou me op dit parcours ook absoluut niet lukken. Maar die eindtijd is voor mij wel een indicatie van hoe mijn vorm op dit moment is. De tis(voor)niks was mijn eerste wedstrijd na de grote Verbiertrail in juli (de Dam tot Dam tel ik even niet mee, daar had ik niet voor getraind en die heb ik niet ervaren als wedstrijd – hoewel ik ook weer niet wil beweren dat ik er niet moe van werd). De tis(voor)niks was geen Groot Doel of zo, en ik heb even geen officieel schema, maar ik heb er toch vrij netjes volgens het boekje voor getraind. Vier keer per week, waarvan een lange duurloop, een baantraining, en twee wat langer tempo-/intervalwerk. Die trainingen gingen goed, op de laatste paar lange duurlopen na. Die gingen trouwens ook goed, maar vielen me zwaar. En op de laatste twee weken na, dankzij het verkoudheidvirus dat niet alleen mij, maar ook zo ongeveer de rest van Nederland in zijn greep hield.

Ik was dan ook van tevoren nogal benieuwd hoe het zou gaan. Ik durfde er niet al te vast op te rekenen, maar hoopte dat ik binnen de 4 uur zou finishen. Dat zou mogelijk moeten zijn, tenzij ik al te veel last van die verkoudheid zou hebben. Toen ik onderweg dacht dat het niet zou lukken, verbaasde me dat meer dan dat ik het nou zo’n drama vond. Ik vroeg me alleen af of dat niet betekende dat ik mijn plannen voor de maand december maar beter zou kunnen schrappen. Vanaf januari gaat het volle kracht vooruit naar Limburgs Zwaarste, daar wil ik fit voor zijn. Mijn finishtijd in Geldrop en de moeite die het me kostte die te halen, zeggen me dat ik misschien niet in topvorm ben, maar helemaal afwezig is de vorm evenmin.

Vandaag een rustig en kort blij-dat-ik-weer-mag-loopje gedaan. Heerlijk.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen. Bookmark de permalink .

4 reacties op Tijd en vorm

  1. djaktief zegt:

    De tijd doet er niet toe zeggen we wel maar hij doet er wel toe. Het is een van de parameters waaraan we kunnen aflezen hoe het rennen ging. Het is niet de allesbepalende waarde maar je kunt er wel dingen aan aflezen. Ik kijk ook altijd naar welke hartslag ik erbij had en pas mijn herstel daarop aan. Ik ben niet verslaafd aan PR’s breken, maar de kick die het geeft als het lukt is wel top. De vier uur grens op die afstand is voor mij een droomtijd. Dat jij dat op het Geldropparcours haalt daar ben ik jaloers op.

    Groetjes,

    Dorothé

    • jacolien1965 zegt:

      Het heeft mij ook wel een aantal jaren en marathons gekost, voor ik onder die vier uur dook – het is dan ook niet vanzelfsprekend voor me dat het lukt en ik moet er hard voor trainen… Een pr op de marathon zou ik ook nog wel graag willen lopen, maar dan moet ik me daar echt op richten, en daarvoor vind ik langere en onverharde loopjes dan weer te leuk. Altijd weer een kwestie van keuzes. Luxeprobleem natuurlijk.
      Ik sprak de snelste vrouw (3:34) na afloop in de kleedkamer – dit was pas haar 2e marathon, en ze liep haar eerste in 3:59. Tja, op zo’n steile curve (en eindtijd) ben ik dan weer jaloers 😉

      • djaktief zegt:

        Naast ervaring speelt leeftijd een rol. Ik ben 53 en heb er 3 marathons op zitten. Ik verbeterde me steeds met 10 minuten. Dit is mijn 7e loopjaar, maar ik was er door omstandigheden uit. Volgend jaar weer een marathon.

  2. jacolien1965 zegt:

    En aanleg, vergeet dat niet. Ik moet altijd denken aan Sven Kramer, die in de eerste jaren van zijn schaatscarrière dacht dat hij, als goed schaatser, ook moest kunnen sprinten – maar dat kan hij dus niet, daarvoor heeft hij nou eenmaal te weinig snelle spiervezels.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s