Over rust, disciplinemoeheid, en stiekem toch weer zin hebben

Monika reageert geschokt als ze hoort dat ik na Winschoten een week niet gelopen heb. Zo geschokt dat ik maar niet beken dat het eigenlijk 9 dagen waren. En dan ben ik voor mijn doen nog behoorlijk snel weer up and running. Niet dat ik anders langer rust zou hebben genomen, maar dat ik vier weken na Winschoten Berg en Dal loop, is gedurfd. Ik heb er zin in en Winschoten lijkt weinig schade aan te hebben gericht. Bovendien heb ik besloten om een poosje trainerloos te lopen, dus nu is het tijd om alles te doen wat de trainer (de mijne dan) me doorgaans afraadt.

Het is in de kleedkamer bij Berg en Dal dat ik Monika spreek. We hebben het ook over de komende langstenachtloop, op de atletiekbaan in Santpoort. Monika heeft daar twee keer meegedaan aan de 12-uur, en al heeft ze beide keren na afloop haar partner Ron gesmeekt haar tegen te houden, mocht ze het in haar hoofd halen zich het jaar erop weer in te schrijven, waarschijnlijk is dat laatste precies wat ze ook dit jaar weer zal doen. Het hoort een beetje bij de feestdagen, zegt ze. Ik twijfel al een poosje of ik me zal inschrijven. Het lijkt me vreselijk en trekt me wonderlijk genoeg toch ook aan. In de week na Berg en Dal kijk ik weer even op de site om het aantal inschrijvingen te tellen, zoals ik de afgelopen periode regelmatig gedaan heb, zodat ik weet dat ik rustig nog een poosje kan blijven twijfelen. Help! Er staan opeens 51 mensen op de lijst, terwijl er maar 55 mogen meedoen. Dus ik moet snel zijn! Ik klik op inschrijven, en krijg de melding dat inschrijven niet meer mogelijk is, omdat het maximum aantal lopers bereikt is. Shit, te laat! Maar het kan nog niet lang vol zijn, dus als ik nou direct een mailtje stuur, dan sta ik vast hoog op de wachtlijst en weet ik bijna zeker dat ik toch kan meedoen – er zijn altijd wel geblesseerden, zieken of afvallers anderszins. Contactpagina, mailadres aanklikken, snel snel laten weten dat ik ook wil meedoen, voordat het écht te laat is.

Hooooooo Schreuder, wacht eens even. Vijf minuten geleden wist je nog helemaal niet zeker of je mee zou willen doen, en nu er schaarste blijkt te heersen, ben je opeens vreselijk bang buiten de boot te vallen, achter het net te vissen en meer van dat soort zaken. Maar is dit niet een prachtig teken dat je het juist níet moet doen? Nee, niet een teken van hogerhand, dat voert me te ver, maar ik heb allang bedacht dat het misschien toch wel slim is om ergens een keer een maand of zo rust in te bouwen en december is eigenlijk de enige maand die daarvoor in aanmerking komt, duzzz…

Nou, goh, en dan hoef ik opeens alleen nog maar vol te houden tot 14 november, de dag waarop ik nog een obscuur loopje in de Eifel mag afraffelen, en heb ik het heerlijke vooruitzicht om daarna een poosje niet alleen trainerloos, maar vooral ook disciplineloos een beetje voor me uit te kunnen lopen lopen. Want de discipline ben ik wel een beetje zat, moet ik zeggen. Dat bedenk ik natuurlijk vooral op die ene maandagavond waarop ik de wekker op half 6 zet, om op dinsdagochtend voor het werk aan de training te doen. Hoe hard ik ook aan ‘eats marathons for breakfast’-Léonie denk, die rond die tijd waarschijnlijk al een uurtje of zo aan het lopen is, het helpt me niet. Want al gaan de meeste trainingen behoorlijk lekker, ik heb er even genoeg van om steeds bezig te zijn met het oog op iets anders, iets in de toekomst, al is het dan een nabije toekomst.

Aan dat loopje in Duitsland ontkom ik echter niet. Ik was zo dom of zo verstandig, daar ben ik nog niet uit, om Hannah een paar dagen vóór Winschoten te polsen of zij eventueel samen met mij aan The Real Kick mee zou willen doen. In mijn eentje zou ik het niet doen, maar samen met Hannah is een ander verhaal. Zij heeft er wel oren naar, maar houdt aanvankelijk een slag om de arm vanwege hielspoor. Bij Berg en Dal tref ik haar, en ik hoop dat ze zal zeggen dat ze het toch niet ziet zitten, maar helaas: die ontsnappingsmogelijkheid biedt ze me niet. Wat haar betreft gaan we, ondanks de hielspoor. Sterker: ze heeft er zelfs al een gps voor aangeschaft. Tja, dan kan ik zonder geldige blessure natuurlijk niet afhaken.

We gaan dus, en spreken af om twee weken voor datum nog een laatste lange duurloop samen te doen. Die duurloop lopen we in mijn tweede achtertuin: het gebied van de Loenermark en de Posbank. Het weer is geweldig, de omgeving schitterend, het met elkaar lopen vanzelfsprekend. Er is eigenlijk niets dat tegenzit, al mislukt het oefenen met de gps jammerlijk en al trek ik de rits van mijn rugzak kapot. Maar ik zou ik niet zijn als ik het niet zwaar zou vinden, en ik vraag me vaker dan één keer af waarom ik me in godsnaam heb ingeschreven voor die loop in Duitsland. Waarom, waarom toch moet ik nou weer zo nodig zo’n eind gaan lopen? Je wordt er alleen maar hartstikke moe van.

Het kan verkeren. Na het weekend ben ik in gedachten bezig met uitrusting, voedsel en logistiek, en zorg ik ervoor dat m’n rugzak gerepareerd wordt. Op woensdag krijgen we een mailtje van de organisator met nog wat praktische informatie, een lijstje met verplichte uitrustingsstukken, en een gpx-bestand. Nu het zo dichtbij komt, begint het gewoon weer te kriebelen. Zoals eigenlijk altijd.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Over rust, disciplinemoeheid, en stiekem toch weer zin hebben

  1. Bram van der Bijl zegt:

    Succes! 🙂

  2. Bennie de Vries zegt:

    “Gewoon lekker genieten”. Doe ik morgen in Bottrop (maar 50 km) ook!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s