Stil

Stille zaterdag.

Zoals gebruikelijk met Pasen, kampeer ik met de familie op De Ruigenhoek, aan de rand van de Amsterdamse Waterleidingduinen. Op vrijdagavond zitten we met z’n drietjes in de tent, in de hoop dat de benzinelamp ons zal verwarmen. IJdele hoop. In de vroege avond is het helder, en de net niet meer volle maan beschijnt het tentenveld. We benoemen de paar sterrenbeelden die we herkennen – Grote Beer en Orion, daarmee heb je het wel zo’n beetje gehad. Verheugd luisteren we naar een paar bosuilen in de verte. Als we naar bed gaan, blijken de sterrenbeelden plaats te hebben gemaakt voor een koude mist. Ik trek de capuchon van m’n slaapzak over m’n hoofd en snoer alles goed aan. Koud heb ik het niet, maar toch ben ik vaak wakker. Gelukkig maar, want de bosuilen zijn dichterbij gekomen en gaan de hele nacht door met wat ze dan ook aan het doen zijn. De stilte van de nacht draagt hun raadselachtige geroep. Nog nooit eerder maakte ik mee dat ze zo lang achter elkaar zo dichtbij zo hoorbaar aan het jagen waren – of zijn ze, in deze tijd van het jaar, eerder bezig elkaar te versieren? En dat nog wel in mijn randstedelijke achtertuin.

Om twintig over zeven maakt de beheerder het achterhek voor me open. Ik zit nog aan het ontbijt, gehuld in een donsjas en met een overbroek over mijn tight. De mist is nog niet opgetrokken en het is nog steeds freezing koud. Twintig minuten later ben ik klaar om aan mijn duurloop te beginnen. De zon krijgt net genoeg kracht om de mist te laten oplossen. De handschoenen kunnen direct uit, en de buff gaat al snel van m’n nek naar m’n pols. Het is nog stil in de duinen, al ben ik ook weer niet de enige die al in de benen is. Een hardloper die me inhaalt, vraagt of ik het ook zo lekker vind. Ja, wie níet.

Ik loop door de duinen naar Langevelderslag, waar ik het strand op ga. Ik kan niet genoeg benadrukken dat ik lopen over het strand háát, dus een stukje strand is altijd weer een goede training voor me. Ik ben echter van plan om er bij de eerste de beste strandafgang, een kilometertje verderop, weer van af te gaan, want het kan natuurlijk ook te gek met die training. Je moet het jezelf ook weer niet te moeilijk maken. Dit ene kilometertje is ook mijn blijk van solidariteit met de JKM-lopers. Ik heb vannacht aan hen gedacht, terwijl ik naar de uilen luisterde, maar heb het niet kunnen opbrengen om midden in de nacht m’n warme slaapzak te verlaten om naar het strand te gaan om daar een enkele eenzame loper aan te moedigen.

Het kan verkeren. Het strand is leeg, op een doodenkele hondenwandelaar na. De wind blaast in m’n rug, het zand onder mijn voeten is stevig. Ik loop de strandafgang voorbij. In de verte zie ik de bebouwing van Zandvoort, daar moet ik heen. De zee links van me. Rechts van me ook water. Ik kom smalle stroompjes tegen die van het water rechts naar het water links van me lopen. Spring er met gemak overheen, maar ik realiseer me dat dat waarschijnlijk niet zo blijft. Ik bereid me voor op natte voeten en krijg die inderdaad.

De branding schittert in het zonlicht, het geluid van de golven zwelt af en aan. Had ik al eens gezegd dat ik zo van het strand houd? Ik vlieg vooruit. Het is stil. Puur geluk.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in hardlopen, kamperen. Bookmark de permalink .

Een reactie op Stil

  1. Tja, en dan komt er op FB zo maar een foto van jou langs genomen tijdens de coopertest van KAV (mijn zus + familie zijn ook lid van die av)! 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s