Efficiënt

De meeste trainingsloopjes loop ik, uit efficiency-overwegingen, vanuit huis. De baantrainingen op woensdagavond natuurlijk niet, en de ‘georganiseerde trainingsloopjes’ evenmin, maar de gewone doordeweekse trainingen op dinsdag en vrijdag nagenoeg altijd, en tegenwoordig de zondagse lange duurlopen ook. Die duurlopen zijn vaak 30 kilometer of langer, en dan vind ik het wel de moeite om via een zo mooi mogelijke route de stad te doorkruisen, een rondje door de duinen te maken, en via een andere zo mooi mogelijke route weer huiswaarts te keren. De trainingen op dinsdag en vrijdag hebben een duur van meestal tussen een en anderhalf uur, en binnen die tijd háál ik de duinen (en terug) niet eens. Gelukkig heb ik een redelijk mooi rondje van 13,7 kilometer, langs de Zomervaart, het Spaarne en de Ringvaart, naar wens uit te breiden met een extra rondje ergens door een recreatiegebiedje, maar ik loop hoe dan ook verhard, wat ik als een groot nadeel beschouw, en helemaal zo mooi als in de duinen vind ik het er toch ook niet.

Vandaag hoef ik slechts een duurloopje van 25 kilometer te doen. Weliswaar stond er oorspronkelijk 35 op het menu, maar aangezien ik de afgelopen weken moe, moeër, moest ben, leek het trainer Henny en mij geen slecht plan daar een paar kilometer van af te halen. Heel fijn, eindelijk weer eens een overzichtelijke afstand, maar tegelijk wel een beetje vleesch-noch-visch. Net wat kort om naar de duinen te lopen, daar een rondje te maken en weer terug: als ik naar de Kennemerduinen loop, is de verhouding stad:natuur ongeveer 14:11 – dat is net niet helemaal de verhouding waar ik gelukkig van word.

Nee, dan kan ik beter een andere kant op lopen, en de duinen de duinen laten, als ik dan per se direct vanuit huis wil gaan lopen. Het Haarlemmermeerse bos in, bijvoorbeeld. Eerst naar de duinen fietsen, zoals ik vroeger op zondag steevast deed, kan ook, maar kost veel meer tijd. En ik heb afgesproken om vandaag ook te gaan klussen bij vrienden die vrijdag de sleutel van hun nieuwe huis kregen. Keuzes, keuzes.

Als ik naar bed ga, hoost het. Als ik ’s nachts even naar de wc ga, hoost het nog steeds. Dat maakt de keuze makkelijker – als het regent, heb ik niet zo’n zin om eerst op de fiets te stappen, me dan al helemaal nat te laten regenen, en dan nog te moeten gaan lopen. Te veel gedoe bovendien met kleren meenemen en zo. Maar helaas, ’s morgens is het droog. Ik ben echter niet zo vreselijk vroeg opgestaan als ik van plan was, dus het is nog steeds het slimst om een efficiënt rondje vanuit huis te maken. Alleen: ik was deze week niet alleen moe, moeër, moest, maar ook een beetje depri, depriër, depriest – en het visioen van een rondje door het Haarlemmermeerse bos, met als hoogtepunt Big Spotter’s Hill, doet mij vrezen dat mijn in wezen opgewekte natuur voorgoed tot het verleden zal behoren als ik vandaag die kant optrek.

Toch maar op de fiets dus, en wel naar ingang Bleek en Berg van de Kennemerduinen – een deel van het duingebied waar je lekker veel onverharde paden hebt, en ook wat hoogtemeters kunt maken. Het waait nogal, en daardoor heb ik het gevoel dat ik al een aardige warming-up te pakken heb als ik van mijn fiets stap. Maar dat is nog niets vergeleken bij de eerste loopmeters. Pff, is dat pad altijd zo mul, en loopt het altijd zo omhoog? Ik ben nog maar net op gang, of het zweet parelt al op mijn bovenlip. Typisch een geval van te warm aangekleed. Dat moet wel – een gebrek aan conditie kan het niet zijn. Toch?

Het is een beetje laf misschien, maar ik loop twee paaltjeswandelingen na elkaar (met als voordeel dat ik na het eerste rondje mijn totaal overbodige jasje in de fietstas kan stoppen) – eerst rood, daarna geel. Rood is mooier, volgende keer die voor het laatst bewaren. Daarna heb ik nog wat kilometers tegoed, en loop ik de Brederodeberg een paar keer op en af – twee keer via de lange kant, en twee keer via de trap. Ik weet niet of dit een slimme zet is, gezien de deplorabele toestand van mijn knie (ik houd van overdrijven, don’t worry), maar Henny is op weg naar Engeland, dus die doet mij niks, en ik wil zo graag ook eens het idee hebben dat ik hard train…

Het gaat lekker, ik hijg, ik heb het op een aangename manier zwaar, en daar doe ik het voor. Alleen, shit, nu is mijn gemiddelde tempo weer naar 9,4 km/u gezakt, terwijl ik eerst anderhalf uur mijn stinkende best heb gedaan om het op de adviessnelheid van 9,5 te krijgen. Niemand die het een fluit kan schelen, zelfs mijzelf boeit het nauwelijks, maar tóch zet ik er in de laatste kilometer, van de Brederodeberg terug naar de uitgang, even flink de sokken in, in de hoop dat die vermaledijde decimaal zo vriendelijk wil zijn om weer op 5 te springen. Zul je altijd zien, legt iemand een boomwortel midden op het pad. Baf! Oké, ook dat is niet echt lekker voor mijn knieën. En niet echt fijn voor mijn rechterborst ook, overigens. Ik ben wel eens zachtzinniger op m’n plaat gegaan…

Terug naar huis wind mee. Niet zo heel vroeg bij mijn vrienden, maar wel een heerlijke training achter de rug. Mét een gemiddelde snelheid van 9,5 km/u.

Geplaatst in hardlopen | Plaats een reactie

De lach

Om nu te beweren dat het één groot genietmoment was, dat loopje van gisteren in de Belgische Ardennen, het loopje met de welluidende naam “La Grimace du Grand Georges,” is wellicht wat overdreven. Daarvoor was het bij momenten toch te zwaar en ging het lichaam uiteindelijk te veel pijn doen. Maar het kwam er dichtbij, en er waren veel momenten waarop ik me bewust werd van een grote grijns op mijn gezicht – op z’n minst alle momenten waarop ik enkeldiep door de modder stampte, maar tot die momenten bleef de grijns niet beperkt.

Het loopje is slechts een toetje bij, of op z’n best de aanleiding voor, een weekendje weg met een clubje vrienden en aanstaande vrienden. Ik rijd met Edwin, Paul en Stella naar Marche-en-Famenne, waar Peter en René hun tent al (bijna) opgezet hebben op camping Paola. Ik voel me een beetje de aanstichter van het kampeer-gedeelte van het weekend, met mijn uitgesproken voorkeur. Voor Paul en Stella, en voor Peter, geen enkel probleem, die weten niet beter. Voor Edwin en René enigszins een avontuur – voor hen is kamperen lang geleden, of ze hebben wat twijfels over de kwaliteit van hun materiaal, maar ze storten zich er beiden zonder al te veel bedenkingen in; al is Edwin beducht voor de voorspelde regen. Regen in combinatie met kamperen is, wat hij noemt, een horrorscenario. Hij heeft geluk – het is het grootste deel van de tijd droog.

Tentje opzetten, blikje pils en chips en borrelnoten. Ik heb al lang bedacht dat het traillopen voor mij in de plaats komt van het klimmen, waar ik door omstandigheden zo goed als mee gestopt ben, maar op dit moment in het gras bij onze tentjes, met een paar vrienden, bier en iets te snaaien, zijn de parallellen wel érg duidelijk aanwezig. Hoe vaak heb ik dit niet met mijn klimvrienden gedaan? Weliswaar dan meestal niet op een officiële camping maar op het bivakveldje bij Freyr, en meestal in het stikkedonker arriverend op vrijdagavond, vervolgens rond een vuurtje, uilen in de verte of vlakbij, maar het idee is goeddeels hetzelfde. Waar het daar alleen nogal voor de hand ligt dat iedereen op het bivakveldje daar is met hetzelfde doel, namelijk klimmen, is het hier voor mij een verrassing dat we op de camping naast Hannah Wielenga komen te staan, die hier ook is voor de 55 kilometer van de Grimace, en dat later Jan Strijker aan komt rijden – uiteraard voor hetzelfde loopje. Bij het eten in Marche schuiven ook Paula, Mildred en Marlon bij ons aan. Heerlijk om Paula weer eens te zien, en de kennismaking met Mildred en Marlon is plezierig.

hier zijn we nog jong en onschuldig (foto gepikt van Edwin Castelein - die 'm ook niet zelf gemaakt heeft)

hier zijn we nog jong en onschuldig (foto gepikt van Edwin Castelein – die ‘m ook niet zelf gemaakt heeft)

Op zondag is het vroeg dag daar op de camping bij Marche-en-Famenne. Peter, René, Stella en ik gaan de 55 kilometer lopen, en die start om 8 uur. Edwin en Paul zijn solidair en gaan met ons mee naar de start (stiekem ook om voor zichzelf even vers brood te halen bij de bakker), hoewel zij bij die start pas om 11 uur verwacht worden. We zijn ruim op tijd om ons startnummer te halen en ergens op te spelden en om nog even de toiletten op te zoeken, maar we hebben amper genoeg tijd om alle bekenden te begroeten en kennis te maken met allerlei nieuwe bekenden.

Na de twee-, of ik geloof zelfs drietalige briefing, mogen we op pad. De tunnel door, nog een stukje asfalt, en dan de paden op. Het lukt me deze keer van begin af aan goed om mijn eigen tempo te lopen. Rustig aan, me niet druk makend om wat anderen doen. Ik word ingehaald, ik haal zelf wat in, het zegt allemaal niets over hoe het zal gaan. De dag is nog lang. Al heb ik inmiddels wat vaker 50 tot 60 kilometer gelopen, het blijft een eind, 55 kilometer. Ik zie Vanessa en Jacques een stukje voor mij lopen – met hen heb ik een groot deel van Limburgs Zwaarste samengelopen, en dat beviel goed, maar ik geloof dat vandaag voor mij een dag is om alleen te lopen. Op één van de eerste hellingen gaan zij wandelen, zoals ik weet dat ze eigenlijk altijd doen, bergop, en ga ik hen voorbij. Het is een risico, om te blijven hardlopen bergopwaarts, maar zo lang het niet te steil is en het me niet al te veel energie lijkt te kosten, wil ik dat toch graag proberen te doen. Op de eerste beetje serieuze afdaling dender ik veel lopers voorbij – o nee, sinds de ultratrailclinic dender ik niet meer, maar loop ik met subtiele kleine pasjes, landend op de voorvoet, met tamelijk grote snelheid naar beneden. Dat is verder niet belangrijk, een aantal van de mensen die ik inhaal, haalt mij vervolgens bergop weer even vrolijk in, maar het doet me goed om te merken dat ik kennelijk vrij gemakkelijk afdaal, in vergelijking tot sommige anderen.

Het loopt heel anders dan op Texel, eerder dit jaar. Texel liep ik als wedstrijd, La Grimace loop ik om haar naam eer aan te doen – en ook als training, moet ik eerlijkheidshalve toegeven. Schreef ik over Texel dat ik de (‘best wel’) mooie omgeving op een wat abstracte manier wel registreerde, maar dat ze me niet echt beroerde, nu staan alle zintuigen open en adem ik de natuur met volle teugen in. Het groen is overweldigend, en het geluid van vogels bijna oorverdovend. Ik kan achteraf zo’n loop nooit goed reconstrueren, er blijven mij alleen flarden bij. Eén zo’n flard speelt zich nog redelijk in het begin af. Ik loop in het bos en wandel een stuk. De zon schijnt, de vogels zingen luidkeels, en mijn schoenen verdwijnen volkomen in de modder. Ik ben alleen, en volkomen gelukkig. Later loop ik een stuk samen met Hannah, van de camping. Een leuke vrouw, iemand met wie ik prima samen kan lopen, en met wie ik ook nog fijn over de bergen kan praten – alleen loopt zij sneller dan ik, en ik vind het ook prima om haar weer te laten gaan. Zoals gezegd, is vandaag voor mij een dag om alleen te lopen.

Vandaag is ook een dag om te oefenen in het lopen met stokken. In de bergen heb ik dat natuurlijk vaak genoeg gedaan, maar bij het hardlopen nog nooit. Ik moet me er in het begin even toe zetten om ze daadwerkelijk ter hand te nemen, maar gaandeweg ga ik ze steeds meer waarderen. Vlak voor de tweede verzorgingspost (op kilometer 28) zit een flink steile helling, die overigens ook met gebruikmaking van deze hulpmiddelen nog voldoende uitdaging biedt. Heb ik bij genoemde clinic geleerd om afdalend kleinere passen te nemen, ik heb er ook geleerd om stijgend juist grótere passen te nemen. Dat gaat een beetje tegen mijn gevoel in – ik heb zo lang van berggidsen gehoord dat het maken van kleine pasjes minder energie kost, dat ik het moeilijk vind mijn paslengte bergop weer te vergroten, maar ik probeer mij vandaag omhoog te duwen met de stokken, en daar horen ‘als vanzelf’ grotere passen bij. Het voelt krachtiger, minder voorzichtig.

ferme passen dankzij de stokken

ferme passen dankzij de stokken

De pijntjes, de dipjes, ze zijn er heus, maar ik laat ze hier en nu maar even buiten beschouwing. Een prachtig moment vind ik het als ik de rotsen van Hotton nader en links van me, wat lager, allemaal klimmers zie die in een standplaats hangen of op weg zijn naar boven. Wat heb ik hier veel herinneringen liggen, en wat is het toch een mooi gebied, zo vlak aan de Ourthe. Voor het gedeelte daar bovenaan de rotsen zijn we door de organisatie gewaarschuwd. Het is daar redelijk smal, en het zou glibberig zijn. Maar het valt reuze mee. Daar waar je de kans maakt op een flinke val, is het juist kurkdroog en dus niet glad, en daar waar het wat glibberig is, is de kans op een serieuze val weer niet al te groot, in mijn ogen. Het is overigens wel een van de weinige passages waar ik ook in de afdaling heel blij ben met m’n stokken.

boven de rotsen van Hotton

boven de rotsen van Hotton

Na Hotton volgt er iets meer asfalt. Nu ben ik daar normaal gesproken niet vies van, zeker niet als ik al een tijdje onderweg ben, maar mijn bovenbenen en knie vragen nu vooral om een zachte ondergrond, en mijn hoofd vraagt vooral om mooi. Gelukkig overheersen die beide ook in de laatste 13 kilometer. Afgezien van de pijn in mijn benen en wat buikkrampen, voel ik me eigenlijk nog behoorlijk goed. Het lijkt alsof ik nog serieus aan het hardlopen ben – al heb ik heus wel in de gaten dat, wil ik mezelf in die waan laten, ik maar niet te vaak op mijn horloge moet kijken naar mijn actuele tempo. Ik ben de laatste van ons clubje die finisht. Dat is goed, al is het voor mijn ego stiekem toch een ietsiepietsie lastig. Maar ik voel dat ik goed heb gelopen, ik heb goed ‘mijn eigen ding gedaan’ (sorry voor de vreselijke uitdrukking, maar die past hier nu eenmaal bij), heb me niet laten opjutten door anderen of door mijn horloge en een gewenste eindtijd, ik ben goed blijven voelen wat wel en wat niet kon, ik kon op het laatst nog steeds hellingen op blijven hardlopen (mits ze niet te steil en te lang waren dan), en ik kan bij de finish nog altijd lachen. En het is fijn om opgewacht te worden door vrienden – al ben ik te moe om nog tot het voeren van een enigszins intelligent gesprek in staat te zijn. Gelukkig wordt dat ook niet van mij verwacht.

Nog even douchen op de camping – ik heb de mazzel dat ik de eerste ben, want aan het eind van mijn douchebeurt à raison van € 1,50, blijkt het warme water op te zijn, of de ketel uit, of whatever. Stella en Hannah hebben pech, want koud water. De toiletruimte schoon achterlaten, zoals gebruikers van het gebouw vriendelijk, doch dringend verzocht wordt, lukt net niet helemaal. Er kleeft het een en ander aan modder aan ons, en daarvan blijft het een en ander achter in het toiletgebouw. Sorry, meneer de campingbaas, ontzettende kletskous…

Geplaatst in hardlopen, kamperen | 1 reactie

na-het-lopen-dipje

Gek, heel vaak ben ik de dag na zo’n loopje nog helemaal euforisch, zit ik vol met adrenaline… Nu voel ik me net zo onrustig, maar dan met een wat depri ondertoon. Wat zit me dwars? Ik kan wel wat dingen bedenken, maar ‘grijpen’ kan ik het niet. Hoeft ook niet, weet ik, het gaat vanzelf weer voorbij, zoals alles voorbijgaat.

Voor het schrijven van een stukje over het loopje van gisteren, over hoe gezellig het was, hoe mooi en hoe blubberig en hoe ver, voel ik me echter niet in de stemming – dat komt later misschien nog, en misschien ook niet.

Geplaatst in Geen categorie | Plaats een reactie

Lijstjes

Zoals ik op de pagina ‘Loopplannen’ (ook hier) zeg, ben ik dol op lijstjes. Vooral de lijstjes met hardloopplannen vervullen mij met groot plezier. Tenminste: vooral bij het maken van nieuwe plannen en het invullen van die plannen op mijn lijst. En bij het met een roze stift markeren van de plannen waarvoor ik de inschrijfprocedure heb doorlopen.

Maar er zit ook een keerzijde aan dit lijstjesgedoe. Zo is mijn lijst tot 28 juni, de 80 du Mont Blanc, al enige tijd zó gevuld met georganiseerde loopjes, dat die volkomen op slot zit. Daar passen geen nieuwe plannen meer in. Dus maakte ik een nieuw lijstje voor het tweede halfjaar. Ook daarvoor had ik al zóveel plannen, dat ik bijna in de stress zou schieten. Hoe brei ik het allemaal rond? Kán dat eigenlijk wel, half augustus een trail van 50 kilometer en meer dan 2000 hoogtemeters, eind augustus een 50 kilometer in het vlakke land, twee weken later een 100 kilometer, twee weken daar weer na een iets kortere trail in België, half oktober een 60 kilometer in Nederland (maar niet vlak), begin november de Berenloop, eind november de ’t Is voor niks heideloop? En waar in godsnaam pas ik dan mijn individuele privéplannetje in het geheel?

Toen pakte ik vorige week heel aarzelend, heel voorzichtig, en ik durf er niet op te rekenen dat het gaat lukken, het werk aan mijn scriptie weer op. Opeens bedacht ik: die 100 kilometer in september is natuurlijk gekkenwerk. Dan ben ik dáár in augustus weer de hele tijd mee bezig, terwijl ik dan gewoon moet proberen aan de studie te zitten. Opeens kon ik wél weer bedenken dat al die loopjes er volgend jaar ook nog zijn, en dat ze niet per se allemaal dit jaar gelopen hoeven te worden. En opeens kon ik het belang van bijna al mijn plannen weer volkomen relativeren en voel ik weer de ruimte die ik zo nu en dan wat dreig te verliezen.

Roze gemarkeerd staan voor de tweede helft van het jaar de Trail des Fantomes (50 kilometer) bij La Roche, en de Berenloop (42 kilometer) op Terschelling. Verder wil ik het rondje Berg en Dal (60 kilometer) erg graag lopen… En verder zie ik het wel. Mogelijkheden genoeg, that’s for sure. Lijstjes zijn leuk, maar een gevoel van ruimte is nog net iets lekkerder.

Geplaatst in hardlopen, twijfel | 1 reactie

Lichtvoetig

Henny rekent me ook nog even voor dat ik in 45 kilometer ongeveer 45.000 stappen maak, en dat mijn rechterknie afgelopen zondag dus 22.500 keer drie keer mijn lichaamsgewicht heeft moeten opvangen.

Drie keer???

Ja, het hangt een beetje van je looptechniek af, zegt hij. Jij loopt natuurlijk heel lichtvoetig, dus bij jou is het misschien twee keer.

Hmm, waarom geloof ik hem nu niet?

Geplaatst in hardlopen | 2 reacties

Diagnose

Mijn knie is weliswaar niet vreselijk pijnlijk, maar toch wel behoorlijk aanwezig – zeker op zondagmiddag en -avond, na de lange loop naar Castricum. Toch maar even naar Henny, voor een massage en trainingsadvies, om mijn onzekerheid de kop in te drukken.

Henny onderzoekt eerst de knie – even kijken wat er nu eigenlijk aan de hand is. Zijn diagnose luidt, kort en bondig: aanstelleritus.

Nou ja, zoiets zou Henny nooit zeggen. Maar wel is zijn conclusie dat er niet ‘echt’ iets aan de hand kan zijn met de banden of, eh, het kapsel? (ik gok hier even), maar dat het een kwestie van vermoeidheid is. Dat wordt bevestigd tijdens de bovenbeenmassage die volgt. Holy! Dat is pijnlijk…

Ik beschouw zo’n massage feitelijk als een luxe, tenminste zo lang er niet iets aan de hand is, maar Henny legt mij het verband uit tussen de pijn aan (de binnenkant van) mijn knie en die harde bovenbeenspieren, en dat klinkt overtuigend. Een betere doorbloeding zorgt nu eenmaal voor betere afvoer van afvalstoffen (het kan ook zijn dat hij iets anders zei, mijn geheugen is slecht, of ik luister gewoon slecht, maar dit klinkt wel plausibel, toch?). Bovendien kan ik (of kan hij), wanneer ik mijn benen regelmatiger laat masseren, tijdiger signaleren wanneer de boel vastloopt. Meteen maar een nieuwe afspraak gemaakt, deze keer.

Rustig aan deze week, en dan zondag godzijdank gewoon starten op de 55 kilometer in Marche-en-Famenne, en ook daar weer rustig aan. Een heerlijk advies.

Geplaatst in hardlopen | 1 reactie

Haarlem-Castricum

Vandaag is de Koning van Spanje, een schitterende trail in Zuid-Limburg, bij Gulpen. In 2012 liep ik ‘m. Het was toen mijn tweede officiële, georganiseerde, trail en ik had nog nooit zo’n leuke loop gelopen. De modder, de heuvels, de soms pittige afdalingen, de doorsteek door de Gulp (met als verrassing, ná het water, de bijna kniediepe modder), de geweldige sfeer, de vlaai, het (alcoholvrije) bier – het kon niet op allemaal. Logisch dus dat ik de Koning van Spanje in 2013 weer zou lopen.

Maar nee, ik besloot anders. De loopjes werden langer, opeens zou ik een 80 kilometer in de bergen gaan lopen eind juni, iemand opperde het plan om in het pinksterweekend, een week na de KvS dus, een trail van 55 kilometer in België te gaan lopen, daar schreef ik me voor in, ik had nog steeds het plan om tussen het lopen door ook nog even een scriptie te schrijven, en vond daarom dat ik het niet kon maken om twee weekenden achter elkaar de hort op te gaan. Natuurlijk bleef het kriebelen, nog eens versterkt doordat er op internet de laatste weken aan de lopende band startbewijzen voor de 31 kilometer van de KvS werden aangeboden. Zou ik dan misschien tóch? Zo gezellig, met tout trailend Nederland daar in Zuid Limburg verenigd… Maar nee, stick to your plans en laat zien dat je je fomo-syndroom (fomo = fear of missing out; een syndroom waar ik in hevige mate aan lijd) kunt handelen.

Er staat 45 kilometer op mijn schema, en ik heb geen zin in een van mijn gebruikelijke rondjes, maar dan wat uitgebreid om aan die 45 te komen. Ik wil iets anders, maar dan toch het liefst wel weer redelijk dichtbij huis, zodat ik ook nog wat uren zondag overhoud naast het lopen. Ik besluit het Hollands Kustpad te volgen naar het noorden, en dan bij Castricum af te buigen en daar op de trein te stappen. Met de gps-bestanden die ik op internet vind, kom ik niet veel verder (misschien kan het wel, maar het lukt mij niet om twee  routes – ze gaan per etappe – tot een samen te voegen, en ik heb ook wat moeite met het uitbreiden van een van de bestanden), maar gelukkig blijk ik prachtige wandelkaarten te hebben waar de route op ingetekend staat, en zo goed als ik kan, neem ik de route over in Movescount.

Om zes uur op pad, zoals ik van plan was, lukt niet. Het loopt tegen zevenen als ik de deur achter me dichttrek. Het heeft de hele nacht gehoosd (arme 24-uurslopers in Steenbergen), maar het is nu zo goed als droog. Het lijkt me echter nogal fris, en ik trek een lange broek aan – al is het eigenlijk tegen mijn principes om in mei nog in een lange broek te hardlopen. Ik houd rekening met het moeten wachten op de trein in Castricum en ik weet dat je behoorlijk koud kunt worden als je moe, bezweet en hongerig bent, en wellicht ook nog nat van de regen. Op het laatst besluit ik ook een thermoshirt met korte mouwen onder m’n t-shirt te doen – een beslissing waar ik erg blij mee ben op de stukken waar ik vol in de wind loop. Het bespaart me het herhaaldelijk moeten aan- en weer uittrekken van een jas. Maar goed, om zeven uur op pad dus. De stille stad door, het is niet nieuw meer. Het Houtmanpad – ik heb er vaker gelopen, maar het is weer een verrassing hoe mooi het er is. Dan de Kennemerduinen in. Daar merk ik dat ik het prettig vind om een route uitgestippeld te hebben. Ik doe altijd maar wat, en dat heeft zeker ook zijn charmes (ik probeer het mijn levenswijze te laten zijn), maar het is ook wel lekker dat het al ‘vaststaat’ welke kant ik op moet.

Na een sanitaire, en wat later een schelp-uit-schoen-verwijder-stop, zie ik op mijn horloge dat mijn gemiddelde snelheid tot dan 8,3 km/u bedraagt. Oké, dat is langzaam. Het kan maar beter duidelijk zijn dat vandaag geen dag van een snelle tijd zal worden. Dat is mooi, het werpt me meteen in het moment. Was ik van plan om een trein te halen? Aha, stiekem zat dat toch in mijn achterhoofd. Niks ervan, het gaat om de reis, niet om de bestemming (of de tijd waarbinnen die bestemming bereikt wordt, in dit geval). Voor mijn eergevoel, druk ik echter bij de volgende noodgedwongen stops (de overvaart over het Noordzeekanaal en het kaartje kopen voor het Noordhollands Duinreservaat) toch maar even de pauzeknop in – anders krijg ik wel een héél lage gemiddelde snelheid… IJdelheid der ijdelheden.

Het is mooi in de duinen, buitengewoon mooi. Ik kan begrijpen waarom veel mensen de Kennemerduinen mooier vinden dan de Waterleidingduinen, waar ik zelf vaker kom. Zeker in Duin en Kruidberg geniet ik van de smalle paadjes, de stilte, de vogels, de frisheid en vooral het overstelpende groen. Het is voorjaar, en dat zullen we weten ook!

Na de Kennemerduinen moet ik het een en ander aan bebouwing en beweg-ging verstouwen, het is niet anders. De bedenkers van het Hollands Kustpad (voorheen het Duin- en Polderpad, althans dit deel) hebben hun best gedaan dat op zo mooi (= groen) mogelijke manier te doen. In Velsen-Zuid zie ik tot mijn verrassing een weliswaar klein, maar heel mooi stukje oude dorpskern, voor er een mentaal stukje langs het Noordzeekanaal volgt. Vol in de wind, de mouwstukken gaan weer aan. Wachten op de pont en de oversteek zelf, vormen een welkome rustpauze. Alleen jammer dat het weer op gang komen niet bepaald van harte gaat.

Bij Beverwijk (huh, ben ik echt door Beverwijk gekomen? ik zag het op een bordje staan volgens mij – of is het al Wijk aan Zee?) loopt de route over een achterafpaadje en daar word ik getrakteerd op wat trappen. De eerste ga ik nog dribbelend op, maar na twee trappen houd ik het voor gezien en ga ik wandelen. Bovenop zie ik noordwaarts de prachtige duinen, maar vlakbij me aan de zuidkant zie ik het machtige Tatasteel (oké, laat ik nu niet lullig doen en het gewoon de Hoogovens noemen, terwijl ik best weet dat het allang niet meer zo heet). Mooi vind ik dat niet, maar indrukwekkend blijft het.

Ik ben moe. Ik ben behoorlijk moe, merk ik. En ik heb pijn. Linker hiel, rechterknie (daar maak ik me wat zorgen over, die voel ik iets te veel de laatste tijd), rechterachillespees. Het is goed dat ik vrijdagavond een 10-kilometerwedstrijd heb laten schieten. Ik merk dat ik met mezelf ‘in gesprek’ ben over de vraag of dit nu misschien te veel is, of ik mijn lichaam nu onverstandig aan het uitputten ben, of dat het trainingstechnisch gesproken goed is om door te lopen terwijl het pijn doet. Die knie is een risicopuntje, denk ik, daar moet ik mee uitkijken. Over mijn vermoeidheid maak ik me nog niet zo’n zorgen – tenslotte liep ik vorige week nog 35 kilometer met behoorlijk gemak in een aardig tempo. Over de training van vandaag maak ik me sowieso niet echt zorgen – mijn zorg betreft meer wat er allemaal nog op het programma staat, de komende weken. Dat is veel, voor mijn begrippen tenminste wel.

Ik ben blij als ik na achtereenvolgens Driehuis, Velsen-Zuid, IJmuiden, Velsen-Noord, Beverwijk en Wijk aan Zee de duinen weer in loop. Geen geluid van autoverkeer meer, wel zo nu en dan een vliegtuig, maar overwegend stil en vogelgekwetter. En het geklots van het water in mijn bidons. Dit is waar ik van houd – natuur, buiten, stil, de wind om mijn lijf, beetje lopen. En dit, wat ik vandaag doe, is waar ik me zo op verheugd heb – mooie, lange tochten lopen, het liefst meerdere dagen achter elkaar. Nou ja, dat laatste nu dan nog maar even niet, als ik mijn benen zo voel.

Ik haal niet alleen de trein van iets voor 12 niet, maar mis ook die van iets voor half 1. Dat geeft me mooi de tijd om een blikje cola te kopen, en dat rustig in het wachthokje op te drinken. Met de laatste kruidkoekreep erbij. Geen haast, het zit niet zo in mijn aard, maar soms kan ik me er verrassend goed aan overgeven. Hoewel: in Haarlem heb ik de keuze om wandelend naar huis te gaan of hardlopend, en dan ga ik toch maar weer hardlopen. Lekker naar huis – koffie en rabarbertaart!

Geplaatst in hardlopen | 5 reacties

Struikelen

Zo nu en dan struikel ik tijdens het hardlopen. Soms over een boomwortel, soms over een boomstronk, soms over mijn eigen voeten, soms over een zandkorrel. Een enkele keer glijd ik weg op een wildrooster. Afgelopen zondag, aan het eind van de Utrechtse HeuvelrugTrail, toen we al in Rhenen liepen, had ik de primeur om over een kat te struikelen. Wij liepen fout, want náást de weg waar we overheen hadden moeten lopen, en eindigden in iemands achtertuin, maar vlak voor we in die tuin terechtkwamen, kwam er opeens iets niet al te groots, maar behoorlijk snels, van achter een schutting van rechts vandaan gesneld. Precies waar ik liep op het moment waarop ik er liep.

Arm beest – het was al ergens behoorlijk van geschrokken, krijgt het mij ook nog over zich heen… Ik hoop maar dat het er geen gekneusde ribben aan heeft overgehouden.

Zelf ben ik in elk geval ongeschonden uit de confrontatie gekomen.

Geplaatst in hardlopen | Plaats een reactie

Trots

Ik merk dat ik moeite heb met het begrip ‘trots.’ Zou het mijn calvinistische opvoeding zijn? Of heeft het meer te maken met de opvatting, dat de dingen waar je goed in bent maar toevallig zo aangevinkt zijn? (Een opvatting die als groot voordeel heeft, dat je je ook niet lullig hoeft te voelen over de dingen waar je níet zo goed in bent…)

Op facebook lees ik regelmatig dat ik trots mag of moet (dat is me niet helemaal duidelijk) zijn op wat ik presteer. Afgelopen weekend werd dat bijvoorbeeld gezegd toen ik heerlijk een stuk over de Utrechtse Heuvelrug gelopen had. Heel lief bedoeld hoor, maar eh, blij, ja, dat ben ik heel vaak als ik lekker gelopen heb, en ook als ik iets ‘gepresteerd’ heb, maar trots? Hoezo? Is het een verdienste of zo, dat ik een stukje kan hardlopen? Welnee!

Nou ja, een enkele keer verbaas ik mijzelf bij een wedstrijd. Dat was bijvoorbeeld zo bij de Diepe Hel Holterbergloop, waar ik veel sneller liep dan ik ooit had verwacht, en ook bij de Zestig van Texel, waar ik niet zozeer sneller, maar wel béter liep dan ik had durven dromen. Ook dan is er vooral blijdschap dat het zo goed is gegaan en dat ik zo lekker heb gelopen, maar dat gevoel van verbazing over mezelf komt misschien wel dichtbij trots. Zeker toen mijn naam ook nog apart genoemd werd op Ultraned, omdat ik me van 28e positie bij de eerste doorkomst had ‘omhooggewerkt’ naar de 10e positie bij de finish. Ja, daarop ben ik, denk ik, (stiekem, want die calvinistische wortels verloochenen zich niet) wel trots.

Ook mensen die trots zijn op anderen begrijp ik slecht. Of, nog erger, vrienden die nu, na de troonswisseling en alle ceremonie waar die mee gepaard ging, op facebook laten weten dat ze trots op ons koningshuis zijn, of op Nederland of zo. Help! Waarom in godsnaam? Zelfs al zou ik niet onmiddellijk aan Rita Verdonk en consorten hoeven te denken, vind ik het raar en een beetje engig. Ook hier weer: ik ben blij als ik Willem Alexander verstandige woorden hoor zeggen in zijn toespraak; dan denk ik dat ik in nog niet zo’n gek land leef, maar trots? Het is toch geen verdienste of zo, dat ik in Nederland woon? Daar ben ik toch maar toevallig geboren?

Nee, ik kan er niet veel mee, met die te pas en te onpas verkondigde trots.

Geplaatst in twijfel | Plaats een reactie

Dat wat is

Even een klein citaatje dan maar. Byron Katie: “In mijn ervaring is verwarring het enige lijden. Verwarring is als je je verzet tegen dat wat is. Als je volkomen helder bent, wil je alleen maar dat wat is. Dus als je iets anders wilt dan dat wat is, weet je dat je heel erg in de war bent. … Als er geen verhaal is, geen verleden of toekomst, niets waarover je je zorgen kunt maken, niets wat je kunt doen, nergens waar je heen kunt gaan, niemand die je kunt zijn, dan is alles goed.”

Geplaatst in advaita/non-dualiteit, twijfel | Plaats een reactie