Waar ik naar verlang, weet ik wel. Denk ik. Ik verlang naar rust. De afwezigheid van onrust, althans. Wat is onrust? Waar wordt het door veroorzaakt? Door een verlangen naar iets anders dan er op dat moment is, denk ik. Ik verlang dus naar een afwezigheid van verlangen. Een onmogelijke missie, dat moge duidelijk zijn. De slang die in z’n eigen staart bijt.
Toch denk ik dat het op de een of andere manier helpt om me bewust te zijn van dat verlangen naar rust. Om me ervan bewust te zijn welke dingen me juist ónrust bezorgen. Hoewel ik eigenlijk denk en vind dat je in het ideale geval onder alle omstandigheden de rust in jezelf zou moeten kunnen bewaren of weten te vinden, weet ik inmiddels dat ik geen voorbeeld van zo’n ideaal geval ben, en dat het handig kan zijn om sommige onrustveroorzakende omstandigheden maar een beetje uit de weg te gaan, als ik die mogelijkheid heb. Zo hanteer ik wat trucjes om zoveel mogelijk de rust te bewaren.
Een nee-nee-sticker op de brievenbus helpt mij bijvoorbeeld. Ik heb dat ding niet zozeer vanuit een linkspolitiekcorrecte overtuiging van minder afval en minder materialisme, maar vooral omdat ik weet dat door reclameboodschappen zomaar verlangens (naar spullen, godbetert) in mij gewekt kunnen worden waar ik tot dan toe geen weet en dus geen last van had. Ik doe niet mee aan loterijen, omdat ik het haat dat ik dan opeens iets wil winnen en daar onrust over voel. Om dezelfde reden doe ik zeer zeker en beslist niet mee aan het ‘deel en win’ gedoe op facebook (sowieso probeer ik zo min mogelijk aan de commerciële belangen van facebook bij te dragen – ik leuk ook geen pagina’s waarvan het commerciële aspect mij te veel in het oog springt, zelfs niet als vrienden mij daar uitdrukkelijk om verzoeken). Natuurlijk ben ik ook gewoon hebberig, net als de meeste mensen, maar ik probeer die hebberigheid dan maar zo min mogelijk te voeden.
Ook weiger ik naar voetbalwedstrijden te kijken, zelfs als Nederland in bijvoorbeeld de finale van een WK staat. Ik vind er niets aan, aan voetbal, en ik weet dat als ik naar zo’n zogenaamd belangrijke wedstrijd kijk, ik tóch onrustig word omdat ik dan wil dat ‘we’ winnen. Belachelijk, maar ik weet hoe het bij mij werkt. Diezelfde (in mijn beleving onaangename) spanning voel ik bij het schaatsen, de enige sport waar ik wél naar kijk, maar dat vind ik dan tenminste nog een echt prachtige sport, zelfs om naar te kijken…
Sinds een jaar, misschien iets langer, kies ik voor de rechterrijbaan in geval van file. Als ik verder naar links rijd, dan ben ik steeds aan het opletten of ik wel sneller ben dan de auto’s rechts van me, en als ik helemaal rechts rijd, heb ik daar geen last van (ook niet ten aanzien van de auto’s links van me). Natuurlijk, het is een trucje, dat weet ik ook wel. Ik vind zelf eigenlijk ook dat ik diezelfde gelijkmoedigheid zou moeten kunnen hebben als ik verder naar links zou rijden, maar dat werkt nu eenmaal niet zo, dus rijd ik rechts. Als het werkt, werkt het, denk ik maar.
De onruststoker bij uitstek, in mijn geval, is facebook. Dat ik er zo goed als aan verslaafd ben, is niet de schuld van fb uiteraard, evenmin van de vrienden die ik er heb. Als ik de last die ik ervan heb aan íemand kan wijten, dan is het mezelf, vrees ik – al geloof ik ook weer niet dat er sprake is van schuld. Als ik eenmaal fb geopend heb, dan blijft het trekken, ook al gebeurt er niets, en raak ik door het weinige dát er gebeurt vaak ook nog lichtelijk geïrriteerd. Nogmaals: geen schuld aan wie dan ook, maar kennelijk het verlangen van mij dat wordt getriggerd, hetgeen onrust veroorzaakt. En ook hier zoek ik naar trucjes. De ultieme truc is natuurlijk stoppen met die hap. Maar dat vind ik jammer, om diverse redenen waarvan ik het te omslachtig vind ze hier uiteen te zetten. Ik ben begonnen minder pagina’s leuk te vinden – ongeveer zoals ik ook reclamefoldertjes mijd. Vrienden die ik verwijderde, kwamen terug of werden vervangen door andere; dat is voorlopig niet echt een oplossing. Van veel fb-vrienden zie ik geen automatische updates meer – vooral hardloopvrienden moeten het in dit opzicht ontgelden. Het is te veel, allemaal, veel te veel. Ik hoef het niet allemaal te weten. Ik wil het niet allemaal weten.
De onrust heb ik er niet mee de kop in gedrukt. Het verlangen blijft.