Voor de liefhebber nog een soort van evaluatie van The Real Kick.
Uitrusting
Weer liep ik op de Ultra Raptors van La Sportiva. Eerder liep ik hier al de 80 du Mont Blanc, de Trail Verbier-Saint Bernard en de Sallandtrail op. En vast nog meer, oa een keer de Fantomes, maar dat weet ik niet zo precies meer. Wat een heerlijke schoen is dat toch! Jammer genoeg begint de bovenkant nu danig te slijten, zozeer dat ik me moet gaan oriënteren op een nieuw paar, hoewel de zolen nog wel een tijdje mee zouden kunnen, zo te zien. In hoeverre de bramenstruiken, waar ik telkens weer in verstrikt raakte en bleef hangen, aan deze slijtage debet zijn, weet ik niet. De braam is geen vriend van me, dat weet ik wel. Laatst ook al een gat in m’n tight, om over de schrammen en krassen maar niet te spreken.
In de dropbag had ik de Saucony Xodus, met wat uitgesprokener profiel, voor als het echt modderig zou zijn geweest. Niet nodig. Hannah liep op haar wegschoenen (niet uit naïviteit of onervarenheid, maar omdat ze van veel trailschoenen last krijgt) – dát zou ik nou ook weer niet aangedurfd hebben, maar zij liep er prima op.
De rugzak was, zoals gewoonlijk, de Salomon S-Lab huppeldepup 12 liter. Niet alleen omdat ik niet echt een alternatief heb, maar ook omdat dit nog steeds een heerlijk rugzakje is. De ritsen, althans: de runners, oxideren bij mij nogal, en tijdens de laatste lange training trok ik dan ook een runner van een rits af. Gelukkig heeft de kledingreparateur op de hoek er vakkundig een nieuwe op gezet.Van de twee zakjes aan de voorkant vul ik er een met een flesje sportdrank – in de waterzak wil ik alleen water. In het andere zakje zitten wat gels en repen. Ook in de zijvakken-met-rits heb ik eten voor het grijpen. Het nadeel van het flesje (dat links zit) is dat ik de rits aan de rechterkant haast niet meer dicht krijg als het eenmaal open is. Ik moet de stof even strak trekken om dat voor elkaar te krijgen, en door de fles, kan ik daar met mijn linkerhand nauwelijks bij. Gelukkig kon ik anderen vragen me daarbij te helpen (oei, om hulp vragen: moeilijk!). O ja, en het mondstuk van de slang van de waterzak kun je los bestellen. Heel fijn, want de mijne lekte, en zag er ook niet meer zo appetijtelijk uit, ondanks het alleen-maar-water-regime. Grappig: de nieuwe is wat softer, en dat geeft een heel andere bijtervaring, waarbij wat meer subtiliteit gewenst is.
Zoals gezegd, had Hannah een gps aangeschaft (de Garmin eTrex 30, als ik het goed onthouden heb). Zonder zo’n gps was deze loop (een ‘adventuretrail,’ volgens de organisator) eigenlijk nauwelijks te doen. Hannah en ik hebben allebei ook een Suunto Ambit 1, waarmee ook te navigeren valt. De batterij van de Ambit gaat, als je ‘m op z’n zuinigst zet, zo’n 50 uur mee, volgens de reviews, maar níet als je ‘m gebruikt om te navigeren! Uit ervaring wisten wij al dat de Ambit er, al navigerend, na een uur of 12 mee op zou houden. We gebruikten de Ambits als back up voor de Garmin. Ik heb de mijne bij de start aangezet, en na krap 13 uur hield deze ermee op (gelukkigerwijs juist toen we, na de tweede ronde, bij de verzorgingspost waren). Toen heb ik ‘m in m’n dropbag gestopt, en die van Hannah omgedaan. Alleen genavigeerd (vergeten de training aan te zetten), en na pak ‘m beet 10 uur had deze nog 25% batterijduur over.
Maar niet alleen vanwege de ontoereikende batterijduur is een horloge met gps niet ideaal voor deze loop. Het verschil in nauwkeurigheid met de Garmin is toch wel groot. De schaal op de Ambit is niet in te stellen (of wel?), en staat standaard op 1:50.000. Op de Garmin kon je inzoomen tot 1:2.000 (of nog verder?). En een groot nadeel van de Suunto Ambit is dat je alleen het lijntje van je eigen route ziet, en niet de overige paden en wegen. De Garmin, die van Hannah tenminste, geeft een kaart weer, en een behoorlijk gedetailleerde kaart, met daarop het lijntje van je route. Dat helpt enorm. Dus: ik ben om, ik wil ook zo’n ding. Alleen: een horloge heb je om je pols, die hand-held gps moet je, joh, in je hand houden. Dat is onhandig, zeker wanneer je met je stokken wilt lopen. Het grootste deel van de tijd vond Hannah dat niet nodig, en ze vond het ook wel leuk om te navigeren, dus hield zij de Garmin vast. Op het laatst wilde ze echter toch graag haar stokken gebruiken, en vond ik het niet meer dan redelijk dat ik dan de gps zou hanteren. Maar dat is dus kut, als je ook met je stokken zou willen lopen. Voor tips houd ik me aanbevolen.
Eten en drinken
Jaha, dat ging best goed deze keer! Ik heb twee boterhammen met ontbijtkoek gegeten en vier krentenbollen met kaas! Drie gels (twee espresso-love en een salted caramel), een snelle jelle, zo’n heerlijke eat natural met amandel, abrikoos en een yoghurt-coating, nog iets zonnatuurlijks, ennuh, dat was het wel wat mijn eigen voorraad betreft, geloof ik. Verder bij de posten een heleboel snickertjes, twixen, kitkats en zo, en boterhammen met kaas, en zoute pinda’s. En dan had ik natuurlijk nog een paar kilo eten bij me (gelukkig deels in de dropbag) die ik weer mee naar huis genomen heb.
Qua drinken had ik natuurlijk water bij me, en sportdrank: eerst isostar, toen iets van de organisatie (buuf? buff? moet ik opzoeken), en tot slot GU energy sinaasappel (daar had ik jammer genoeg nog maar 1 tabletje van, verreweg het lekkerst). Bij de posten: cola, cola, cola. O, en een flesje malt-bier, dat was ook erg lekker. Bij de allerlaatste, onbemande, post vergeten het flesje nogmaals te vullen. De laatste pak ‘m beet anderhalf uur had ik geen drinken meer. Geen ramp, als het dat wel was geweest, had ik Hannah wel gevraagd, maar nu dacht ik: doorlopen maar.
Pijntjes en andere ongemakken
Blaren krijg ik altijd, welke schoenen ik ook draag. Deze keer had ik mijn voeten ingesmeerd met vaseline om blaarvorming te voorkomen. Ik telde tien blaren na afloop – dat aantal overtuigt me nog niet direct van het nut van smeren tegen blaren. Bovendien vind ik het eigenlijk maar smerig spul, vaseline.
Tegen schuurplekken smeer ik bepaalde delen van het lichaam in met de lekker vette huidcrème van Weleda (als ik mijn voeten nog een keer invet, dan doe ik dat ook hiermee – dat ruikt en voelt een stuk lekkerder dan vaseline). Heeft weer goed gewerkt. Geen Bodyglide voor mij. Overigens ontdekte ik na afloop wel een paar schuurplekjes, maar daar had ik tijdens het lopen geen last van.
De heup hield zich goed. Tot mijn verrassing had ik wat last van m’n linker hamstring – dat is de verkeerde kant, waar ik normaal gesproken geen last van heb. Maar dat mocht eigenlijk geen naam hebben.
Dat het met het eten zo goed ging, zegt eigenlijk al genoeg: pas in het laatste deel kreeg ik wat last van m’n darmen en maag. Niks te klagen, eigenlijk. En net als bij de Trail VSB moest ik vooral ’s nachts om de haverklap plassen. Lastig, maar bepaald geen ramp – hoewel het door de hurken gaan steeds pijnlijker werd.
De spierpijn achteraf was aanzienlijk. Het is nu een week later, en ik ben nog steeds bekaf. Maar even kijken of een massage deze week erin zit, dat zou weleens kunnen helpen om de vermoeidheid ‘los te weken’ of zoiets.
De loopervaring
Het samen lopen met Hannah ging goed en was fijn. Zoals tot nu toe eigenlijk steeds, maar dit was de eerste keer dat we echt van tevoren hadden afgesproken bij elkaar te blijven (nou ja: afgezien van een paar gezamenlijke trainingen dan – zou een beetje raar zijn als we elkaar daarbij uit het oog zouden zijn verloren). Hannah is van ons de betere (= snellere) loper, hoe hard ze dat ook ontkent, maar ik geloof dat ze het niet erg vindt om nét iets langzamer te lopen dan ze zou kunnen. En daar kan ik dan weer van leren; ik ben, vrees ik, toch iets prestatiegerichter…
Het loopje zelf vond ik geweldig! Niet helemaal zo mooi als in de bergen lopen, maar als beduidend-dichter-bij-huis-alternatief buitengewoon geslaagd. Ik vond het wel vrij prijzig, maar voor het inschrijfgeld heb je óók twee nachten lang een luxe kamer, met een goed bed, douche en wc, tot je beschikking, plus ontbijt. Oké, dat je ervoor kiest om die tweede nacht door het bos te gaan lopen dwalen in plaats van in dat bed te gaan liggen, dat is dan jouw probleem ;). Moet je maar een beetje doorlopen. Verder: een sympathieke sfeer, enthousiaste organisator, een overdadige verzorging, en gewoon heerlijk bijna een etmaal lang buiten spelen in een best-wel-mooie omgeving. Wat wil een mens nog meer?